opbeuren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opbeuren

The word "opbeuren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opbeuren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opbeurend
Past participle - Verleden deelwoord: opbeurd

Cognates

See the 2 cognates of opbeuren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbeur op
jijbeurt op
hijbeurt op
wijbeuren op
julliebeuren op
zijbeuren op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opbeurd
jijhebt opbeurd
hijheeft opbeurd
wijhebben opbeurd
julliehebben opbeurd
zijhebben opbeurd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbeurde op
jijbeurde op
hijbeurde op
wijbeurden op
julliebeurden op
zijbeurden op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opbeurd
jijhad opbeurd
hijhad opbeurd
wijhadden opbeurd
julliehadden opbeurd
zijhadden opbeurd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opbeuren
jijzult opbeuren
hijzal opbeuren
wijzullen opbeuren
julliezullen opbeuren
zijzullen opbeuren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opbeurd hebben
jijzult opbeurd hebben
hijzal opbeurd hebben
wijzullen opbeurd hebben
julliezullen opbeurd hebben
zijzullen opbeurd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opbeuren
jijzou opbeuren
hijzou opbeuren
wijzouden opbeuren
julliezouden opbeuren
zijzouden opbeuren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opbeurd hebben
jijzou opbeurd hebben
hijzou opbeurd hebben
wijzouden opbeurd hebben
julliezouden opbeurd hebben
zijzouden opbeurd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbeur op

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From op + beuren. From Middle Dutch bueren, from Old Dutch *burien, from Proto-Germanic *burjaną. Cognate with Middle Low German upboren and Danish oppebære (“receive, collect (money)”). See: Middle Dutch 'bueren', Proto-Germanic '*burjaną', Danish 'oppebære'.

Additional Information