roosteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of roosteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: roosteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: roosterend
Past participle - Verleden deelwoord: geroosterd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrooster
jijroostert
hijroostert
wijroosteren
jullieroosteren
zijroosteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geroosterd
jijhebt geroosterd
hijheeft geroosterd
wijhebben geroosterd
julliehebben geroosterd
zijhebben geroosterd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikroosterde
jijroosterde
hijroosterde
wijroosterden
jullieroosterden
zijroosterden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geroosterd
jijhad geroosterd
hijhad geroosterd
wijhadden geroosterd
julliehadden geroosterd
zijhadden geroosterd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal roosteren
jijzult roosteren
hijzal roosteren
wijzullen roosteren
julliezullen roosteren
zijzullen roosteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geroosterd hebben
jijzult geroosterd hebben
hijzal geroosterd hebben
wijzullen geroosterd hebben
julliezullen geroosterd hebben
zijzullen geroosterd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou roosteren
jijzou roosteren
hijzou roosteren
wijzouden roosteren
julliezouden roosteren
zijzouden roosteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geroosterd hebben
jijzou geroosterd hebben
hijzou geroosterd hebben
wijzouden geroosterd hebben
julliezouden geroosterd hebben
zijzouden geroosterd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrooster

Translations

  • roast, to cook food by heating in an oven or fire
  • roast, to process by drying through heat-exposure
  • toast, to lightly cook by browning over fire
  • toast, to lightly cook in a kitchen appliance
  • torrefy, to subject to intense heat
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    verschroeien
    zengen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch roosteren, from Middle Dutch roostre, roester (“fire-grate, toaster”). Compare Middle Low German rôsteren. By surface analysis, rooster + -en.

    Verbs referencing "roosteren"

    German, Pennsylvania reeschde.

    Additional Information