schikken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of schikken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: schikken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: schikkend
Past participle - Verleden deelwoord: geschikt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikschik
jijschikt
hijschikt
wijschikken
jullieschikken
zijschikken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geschikt
jijhebt geschikt
hijheeft geschikt
wijhebben geschikt
julliehebben geschikt
zijhebben geschikt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikschikte
jijschikte
hijschikte
wijschikten
jullieschikten
zijschikten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geschikt
jijhad geschikt
hijhad geschikt
wijhadden geschikt
julliehadden geschikt
zijhadden geschikt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal schikken
jijzult schikken
hijzal schikken
wijzullen schikken
julliezullen schikken
zijzullen schikken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geschikt hebben
jijzult geschikt hebben
hijzal geschikt hebben
wijzullen geschikt hebben
julliezullen geschikt hebben
zijzullen geschikt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou schikken
jijzou schikken
hijzou schikken
wijzouden schikken
julliezouden schikken
zijzouden schikken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geschikt hebben
jijzou geschikt hebben
hijzou geschikt hebben
wijzouden geschikt hebben
julliezouden geschikt hebben
zijzouden geschikt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijschik

Translations

  • arrange, to put in order
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    ordenen
    rangschikken
    plaatsen
    zetten
    bijleggen
    organiseren, regelen, vereffenen
    aanpassen
    conformeren, voegen
    passen
    uitkomen

    Sample Sentences

    • [...] toeval dit zoo gewild, of gelijk men zonder nadenken zegt, zoo als het den Hemel behaagd had; maar zonder na te denken over de redenen, waarom de Voorzienigheid de wereldsche gebeurtenissen aldus schikt. Maar toen ik daar rogge zag groeijen, in eene hemelstreek, die ik wist, dat geen koorn opleverde; en terwijl ik niet wist hoe het daar kwam, trof mij dit ten sterkste, en ik begon te vermoeden, dat [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] en verborgen was, gevoelde ik grooten weerzin in deze plaats te verlaten. Middelerwijl kwam het mij in de gedachten, dat met dit te maken veel tijd zou verloopen, en dat ik mij er in moest schikken het gevaar te blijven loopen waar ik was, totdat ik een kamp voor mij gemaakt had en dat zoo versterkt, dat ik daarheen kon verhuizen. Ik besloot dus zoo spoedig mogelijk aan het werk te gaan, en [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ik in een erger toestand zou geweest zijn dan in mijn tegenwoordigen, waarin ik nu de beschikking der Voorzienigheid erkende; welke ik thans begon te erkennen en te gelooven, dat alles ten beste schikte. Hiermede stelde ik mij tevreden, en het alle vruchtelooze wenschen, dat ik daar wezen mogt, varen. (Robinson Crusoe)
    • Na op deze wijze mijne zaken geschikt, mijne lading verkocht, en voor al mijne goederen wissels gekocht te hebben, was de vraag, hoe ik naar Engeland zou gaan. Hoezeer ik ook aan de zee gewoon was, had ik toen een sterken tegenzin om [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch schicken. Further etymology unclear, found only in continental West Germanic. Cognates are Middle Low German schicken, German schicken. See: German, old spelling 'schicken'.

    Verbs referencing "schikken"

    Swedish skicka, Luxembourgish schécken.

    Additional Information