overeenstemmen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overeenstemmen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overeenstemmen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overeenstemmend
Past participle - Verleden deelwoord: overeengestemd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstem overeen
jijstemt overeen
hijstemt overeen
wijstemmen overeen
julliestemmen overeen
zijstemmen overeen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overeengestemd
jijhebt overeengestemd
hijheeft overeengestemd
wijhebben overeengestemd
julliehebben overeengestemd
zijhebben overeengestemd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstemde overeen
jijstemde overeen
hijstemde overeen
wijstemden overeen
julliestemden overeen
zijstemden overeen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overeengestemd
jijhad overeengestemd
hijhad overeengestemd
wijhadden overeengestemd
julliehadden overeengestemd
zijhadden overeengestemd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overeenstemmen
jijzult overeenstemmen
hijzal overeenstemmen
wijzullen overeenstemmen
julliezullen overeenstemmen
zijzullen overeenstemmen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overeengestemd hebben
jijzult overeengestemd hebben
hijzal overeengestemd hebben
wijzullen overeengestemd hebben
julliezullen overeengestemd hebben
zijzullen overeengestemd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overeenstemmen
jijzou overeenstemmen
hijzou overeenstemmen
wijzouden overeenstemmen
julliezouden overeenstemmen
zijzouden overeenstemmen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overeengestemd hebben
jijzou overeengestemd hebben
hijzou overeengestemd hebben
wijzouden overeengestemd hebben
julliezouden overeengestemd hebben
zijzouden overeengestemd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstem overeen

Translations

  • agree, harmonize in opinion; be in unison or concord; be united; concur
  • chime, to agree, correspond
  • compare, to be similar
  • match, to agree; to equal
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    beantwoorden
    dekken, gelijken, kloppen, overeenkomen, passen, rijmen, stroken

    Sample Sentences

    Etymology

    overeen (“equal, matching”) + stemmen (“to tune, to adjust”)

    Additional Information