verstommen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verstommen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verstommen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verstommend
Past participle - Verleden deelwoord: verstomd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverstom
jijverstomt
hijverstomt
wijverstommen
jullieverstommen
zijverstommen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben verstomd
jijbent verstomd
hijis verstomd
wijzijn verstomd
julliezijn verstomd
zijzijn verstomd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverstomde
jijverstomde
hijverstomde
wijverstomden
jullieverstomden
zijverstomden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas verstomd
jijwas verstomd
hijwas verstomd
wijwaren verstomd
julliewaren verstomd
zijwaren verstomd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verstommen
jijzult verstommen
hijzal verstommen
wijzullen verstommen
julliezullen verstommen
zijzullen verstommen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verstomd zijn
jijzult verstomd zijn
hijzal verstomd zijn
wijzullen verstomd zijn
julliezullen verstomd zijn
zijzullen verstomd zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verstommen
jijzou verstommen
hijzou verstommen
wijzouden verstommen
julliezouden verstommen
zijzouden verstommen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verstomd zijn
jijzou verstomd zijn
hijzou verstomd zijn
wijzouden verstomd zijn
julliezouden verstomd zijn
zijzouden verstomd zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijverstom

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

bedaren
kalmeren

Sample Sentences

  • [...] zag brengen, en weder afvallen, door behulp van mijn roer, en hoe het zeil over dezen of dien boeg vol stond, naarmate ik van koers veranderde. Toen hij, zeg ik, dit zag, stond hij van verbazing verstomd, weldra echter geraakte hij door eenige oefening er gemeenzaam mede, en hij werd een vlug matroos, behalve ten aanzien van het kompas, dat ik hem nimmer goed kon doen begrijpen; aan den anderen [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

Additional Information