overmeesteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overmeesteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overmeesteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overmeesterend
Past participle - Verleden deelwoord: overmeesterd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikovermeester
jijovermeestert
hijovermeestert
wijovermeesteren
jullieovermeesteren
zijovermeesteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overmeesterd
jijhebt overmeesterd
hijheeft overmeesterd
wijhebben overmeesterd
julliehebben overmeesterd
zijhebben overmeesterd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikovermeesterde
jijovermeesterde
hijovermeesterde
wijovermeesterden
jullieovermeesterden
zijovermeesterden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overmeesterd
jijhad overmeesterd
hijhad overmeesterd
wijhadden overmeesterd
julliehadden overmeesterd
zijhadden overmeesterd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overmeesteren
jijzult overmeesteren
hijzal overmeesteren
wijzullen overmeesteren
julliezullen overmeesteren
zijzullen overmeesteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overmeesterd hebben
jijzult overmeesterd hebben
hijzal overmeesterd hebben
wijzullen overmeesterd hebben
julliezullen overmeesterd hebben
zijzullen overmeesterd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overmeesteren
jijzou overmeesteren
hijzou overmeesteren
wijzouden overmeesteren
julliezouden overmeesteren
zijzouden overmeesteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overmeesterd hebben
jijzou overmeesterd hebben
hijzou overmeesterd hebben
wijzouden overmeesterd hebben
julliezouden overmeesterd hebben
zijzouden overmeesterd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijovermeester

Translations

  • best, to beat
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] eenige gedachte tot God gerigt, of over het gepaste mijner handelingen nagedacht had. Eene zekere dofheid van geest, zonder verlangen naar het goede, zonder bewustheid van het kwade, had mij geheel overmeesterd, en ik was een van de verhardste, meest gedachtenlooze en bedorvene wezens die men onder de matrozen kan ontmoeten, die niet het minste gevoel der vreeze Gods had, in gevaren, of van dankbaarheid [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] (de riemen, mast, zeil en roer hadden wij, gelijk ik gezegd heb, er reeds vroeger uitgenomen ), hakten wij een groot gat in den bodem, zoodat als zij in te groot getal voor ons kwamen, om hen te overmeesteren, zij toch de boot niet konden medenemen. Ik had er weinig gedachten op, dat wij in staat zouden zijn het schip te herwinnen; maar ik begreep, dat als zij vertrokken zonder de boot mede te nemen, het [...] (Robinson Crusoe)
    • Toen de kapitein bij mij kwam, deelde ik hem mijn ontwerp om het schip te overmeesteren mede, waarmede hij van harten instemde, en wij besloten het den volgenden morgen ten uitvoer te brengen. Ten einde het echter te geruster en goed doordacht te verrigten, zeide ik hem, dat wij de [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From over- + meester + -en.

    Additional Information