motiveren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of motiveren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: motiveren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: motiverend
Past participle - Verleden deelwoord: gemotiveerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmotiveer
jijmotiveert
hijmotiveert
wijmotiveren
julliemotiveren
zijmotiveren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemotiveerd
jijhebt gemotiveerd
hijheeft gemotiveerd
wijhebben gemotiveerd
julliehebben gemotiveerd
zijhebben gemotiveerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmotiveerde
jijmotiveerde
hijmotiveerde
wijmotiveerden
julliemotiveerden
zijmotiveerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemotiveerd
jijhad gemotiveerd
hijhad gemotiveerd
wijhadden gemotiveerd
julliehadden gemotiveerd
zijhadden gemotiveerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal motiveren
jijzult motiveren
hijzal motiveren
wijzullen motiveren
julliezullen motiveren
zijzullen motiveren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemotiveerd hebben
jijzult gemotiveerd hebben
hijzal gemotiveerd hebben
wijzullen gemotiveerd hebben
julliezullen gemotiveerd hebben
zijzullen gemotiveerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou motiveren
jijzou motiveren
hijzou motiveren
wijzouden motiveren
julliezouden motiveren
zijzouden motiveren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemotiveerd hebben
jijzou gemotiveerd hebben
hijzou gemotiveerd hebben
wijzouden gemotiveerd hebben
julliezouden gemotiveerd hebben
zijzouden gemotiveerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmotiveer

Translations

  • drive, to motivate; to provide an incentive for
  • egg, to encourage
  • motivate, to encourage
  • motive, to prompt or incite
  • prod, to encourage
  • reinforce, to encourage
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    beredeneren
    staven, toelichten, verklaren
    aanzetten
    prikkelen, stimuleren

    Antonyms

    aanzetten
    afzetten, stilzetten, uitschakelen, uitzetten

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French motiver. See: French 'motiver'.

    Additional Information