demotiveren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of demotiveren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: demotiveren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: demotiverend
Past participle - Verleden deelwoord: gedemotiveerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdemotiveer
jijdemotiveert
hijdemotiveert
wijdemotiveren
julliedemotiveren
zijdemotiveren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedemotiveerd
jijhebt gedemotiveerd
hijheeft gedemotiveerd
wijhebben gedemotiveerd
julliehebben gedemotiveerd
zijhebben gedemotiveerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdemotiveerde
jijdemotiveerde
hijdemotiveerde
wijdemotiveerden
julliedemotiveerden
zijdemotiveerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedemotiveerd
jijhad gedemotiveerd
hijhad gedemotiveerd
wijhadden gedemotiveerd
julliehadden gedemotiveerd
zijhadden gedemotiveerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal demotiveren
jijzult demotiveren
hijzal demotiveren
wijzullen demotiveren
julliezullen demotiveren
zijzullen demotiveren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedemotiveerd hebben
jijzult gedemotiveerd hebben
hijzal gedemotiveerd hebben
wijzullen gedemotiveerd hebben
julliezullen gedemotiveerd hebben
zijzullen gedemotiveerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou demotiveren
jijzou demotiveren
hijzou demotiveren
wijzouden demotiveren
julliezouden demotiveren
zijzouden demotiveren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedemotiveerd hebben
jijzou gedemotiveerd hebben
hijzou gedemotiveerd hebben
wijzouden gedemotiveerd hebben
julliezouden gedemotiveerd hebben
zijzouden gedemotiveerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdemotiveer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Probably borrowed. Equivalent to de- + motiveren.

Additional Information