insluiten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of insluiten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: insluiten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: insluitend
Past participle - Verleden deelwoord: ingesloten

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksluit in
jijsluit in
hijsluit in
wijsluiten in
julliesluiten in
zijsluiten in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingesloten
jijhebt ingesloten
hijheeft ingesloten
wijhebben ingesloten
julliehebben ingesloten
zijhebben ingesloten

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksloot in
jijsloot in
hijsloot in
wijsloten in
julliesloten in
zijsloten in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingesloten
jijhad ingesloten
hijhad ingesloten
wijhadden ingesloten
julliehadden ingesloten
zijhadden ingesloten

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal insluiten
jijzult insluiten
hijzal insluiten
wijzullen insluiten
julliezullen insluiten
zijzullen insluiten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingesloten hebben
jijzult ingesloten hebben
hijzal ingesloten hebben
wijzullen ingesloten hebben
julliezullen ingesloten hebben
zijzullen ingesloten hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou insluiten
jijzou insluiten
hijzou insluiten
wijzouden insluiten
julliezouden insluiten
zijzouden insluiten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingesloten hebben
jijzou ingesloten hebben
hijzou ingesloten hebben
wijzouden ingesloten hebben
julliezouden ingesloten hebben
zijzouden ingesloten hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsluit in

Translations

  • enclose, insert
  • surround, to encircle something or simultaneously extend in all directions
  • surround, to enclose to prevent escape
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    begrenzen
    afbakenen, afperken, beperken
    belegeren
    omsingelen
    omringen
    omsingelen
    omsingelen
    omringen, omsluiten

    Sample Sentences

    • De ingang tot deze plaats was geene deur, maar eene korte ladder, waarmede ik over de omheining klom en die ik, als ik er in was, naar binnen haalde. Aldus was ik, naar ik dacht, volkomen ingesloten en verschanst voor iedereen, en sliep dus des nachts gerust, hetgeen ik anders niet had kunnen doen; schoon, gelijk naderhand bleek, al deze voorzorgen voor de vijanden die ik vreesde, noodeloos [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From in (“in”) + sluiten (“close”).

    Additional Information