gevoelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gevoelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gevoelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gevoelend
Past participle - Verleden deelwoord: gevoeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgevoel
jijgevoelt
hijgevoelt
wijgevoelen
julliegevoelen
zijgevoelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevoeld
jijhebt gevoeld
hijheeft gevoeld
wijhebben gevoeld
julliehebben gevoeld
zijhebben gevoeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgevoelde
jijgevoelde
hijgevoelde
wijgevoelden
julliegevoelden
zijgevoelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevoeld
jijhad gevoeld
hijhad gevoeld
wijhadden gevoeld
julliehadden gevoeld
zijhadden gevoeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gevoelen
jijzult gevoelen
hijzal gevoelen
wijzullen gevoelen
julliezullen gevoelen
zijzullen gevoelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevoeld hebben
jijzult gevoeld hebben
hijzal gevoeld hebben
wijzullen gevoeld hebben
julliezullen gevoeld hebben
zijzullen gevoeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gevoelen
jijzou gevoelen
hijzou gevoelen
wijzouden gevoelen
julliezouden gevoelen
zijzouden gevoelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevoeld hebben
jijzou gevoeld hebben
hijzou gevoeld hebben
wijzouden gevoeld hebben
julliezouden gevoeld hebben
zijzouden gevoeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgevoel

Translations

  • taste, to experience
  • undergo, to experience
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Ik begon thans levendig te gevoelen hoe veel gelukkiger het leven was, dat ik thans leidde, met al de ongemakken daaraan verknocht, dan het slechte en ruwe gedrag, dat ik tot hiertoe geleid had. Mijne begeerten, genoegens en wenschen [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch gevoelen, from Old Dutch *gefuolen, from Proto-Germanic *gafōlijaną. Equivalent to ge- + voelen.

    Additional Information