Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: vestigen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vestigend
Past participle - Verleden deelwoord: gevestigd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | vestig |
| jij | vestigt |
| hij | vestigt |
| wij | vestigen |
| jullie | vestigen |
| zij | vestigen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gevestigd |
| jij | hebt gevestigd |
| hij | heeft gevestigd |
| wij | hebben gevestigd |
| jullie | hebben gevestigd |
| zij | hebben gevestigd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | vestigde |
| jij | vestigde |
| hij | vestigde |
| wij | vestigden |
| jullie | vestigden |
| zij | vestigden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gevestigd |
| jij | had gevestigd |
| hij | had gevestigd |
| wij | hadden gevestigd |
| jullie | hadden gevestigd |
| zij | hadden gevestigd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal vestigen |
| jij | zult vestigen |
| hij | zal vestigen |
| wij | zullen vestigen |
| jullie | zullen vestigen |
| zij | zullen vestigen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gevestigd hebben |
| jij | zult gevestigd hebben |
| hij | zal gevestigd hebben |
| wij | zullen gevestigd hebben |
| jullie | zullen gevestigd hebben |
| zij | zullen gevestigd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou vestigen |
| jij | zou vestigen |
| hij | zou vestigen |
| wij | zouden vestigen |
| jullie | zouden vestigen |
| zij | zouden vestigen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gevestigd hebben |
| jij | zou gevestigd hebben |
| hij | zou gevestigd hebben |
| wij | zouden gevestigd hebben |
| jullie | zouden gevestigd hebben |
| zij | zouden gevestigd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'vestigen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'vestigen'
bevestigen,
afstijgen,
besteden,
bestelen,
bestieren,
besturen,
getuigen,
heiligen,
ledigen,
lenigen,
Translations
entrench, establish financial position
settle, to fix one's dwelling
Synonyms & Antonyms
Synonyms
- oprichten
- stichten
Sample Sentences
-
[...] van Robinson Crusoe Daniel Defoe Ik ben geboren in de stad York, in 1632, van eene deftige familie, die daar echter niet inheemsch was. Mijn vader was van Bremen afkomstig en had zich eerst te Hull gevestigd. Na in den koophandel eene tamelijke fortuin verworven te hebben, liet hij dien varen en ging te York wonen, waar hij met mijne moeder trouwde, die tot eene deftige oude familie, Robinson genaamd, [...]
(Robinson Crusoe)
-
Ik was ernstig getroffen door dit gesprek, en wie zou dit niet geweest zijn ? Ik besloot er niet meer aan te denken het land te verlaten, maar mij er, zoo als mijn vader verlangde, te vestigen. Maar helaas, in weinige dagen was deze indruk geheel uitgewischt, en om mijns vaders verwijtingen te ontgaan, vormde ik het besluit stilletjes de vlugt te nemen. Ik handelde echter niet zoo [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] en leerde de wijze, waarop de suiker geteeld en gefabriceerd wordt. Ziende hoe goed de planters leefden, en hoe spoedig rijk zij werden, besloot ik, als ik er verlof toe bekomen kon, mij daar te vestigen, en even als zij, een planter te worden; terwijl ik tevens op middelen zon, om mijn geld, dat ik te Londen had, aan mij overgemaakt te krijgen. Te dien einde verschafte ik mij eene soort van brieven [...]
(Robinson Crusoe)
-
Ik had reeds eenige maatregelen genomen om mij te vestigen, voor mijn goede vriend, de kapitein, die mij op zee opgenomen had, weder afzeilde, want hij had drie maanden in lading gelegen. Ik sprak hem over het geld, dat ik in Londen achtergelaten had, en [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] een verleidelijk voorstel, zoo het gedaan ware aan iemand, die geen eigen plantaadje te besturen had, welke fraai op weg was om van belang te worden, en die reeds van waarde was. Voor mij echter, gevestigd als ik was, die nog slechts drie of vier jaren zoo behoefde voort te gaan, en de andere 100 [ £ ] Sterl. uit Engeland te ontbieden, en alsdan zeker 3 tot 4000 [ £ ] Sterl. waarde bezitten zou; voor [...]
(Robinson Crusoe)
-
Thans waren mijne gedachten geheel gevestigd op mij tegen de wilden, als die zich mogten vertoonen, of tegen wilde dieren, als die op het eiland mogten zijn, te beschermen, en ik overwoog lang, hoe ik dit doen, en welke soort van woning ik [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] schriftelijk een staat van mijne zaken, niet zoo zeer voor iemand, die na mij hier komen zou, want waarschijnlijk zou ik weinig erfgenamen hebben, maar wel om mijne gedachten, die daar dagelijks op gevestigd waren en mijn geest neêrdrukten, lucht te geven, en dewijl de rede thans bij mij de overhand begon te krijgen, begon ik mij te troosten zoo goed ik kon en plaatste het goede tegenover het kwade, om [...]
(Robinson Crusoe)
-
2 November. Ik zette al mijne kisten en planken en de rondhouten van mijne vlotten op, en maakte daarvan eene verschansing, een weinig binnen de plaats, die ik gekozen had, om mij te vestigen.
(Robinson Crusoe)
-
3 Julij. Ik was de koorts voor goed kwijt, schoon ik eerst verscheidene weken later mijne vorige krachten terug ontving. Gedurende mijne herstelling vestigden mijne gedachten zich dikwijls op de woorden der H. Schrift: Ik zal u bevrijden, en de onmogelijkheid mijner bevrijding drukte mij te zeer ter neder, om die te durven verwachten. Maar, terwijl ik mij [...]
(Robinson Crusoe)
-
Terwijl ik mij met deze dingen onledig hield, waren mijne gedachten dikwijls gevestigd op het land, dat ik van den anderen kant van het eiland had gezien, en wenschte ik heimelijk, dat ik daar aan wal zijn mogt, in de verbeelding, dat ik het vaste land en een bewoonde plaats zien, en [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch vestigen, from Old Dutch *festigon, from an adjective *festig (attested in Middle Dutch as vestich), or possibly older still: compare Old High German rehtfestīgōn, lībfestīgōn. Replaced vesten. See: Old Dutch '*festigon'.
Additional Information