bedreigen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bedreigen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bedreigen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bedreigend
Past participle - Verleden deelwoord: bedreigd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbedreig
jijbedreigt
hijbedreigt
wijbedreigen
julliebedreigen
zijbedreigen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bedreigd
jijhebt bedreigd
hijheeft bedreigd
wijhebben bedreigd
julliehebben bedreigd
zijhebben bedreigd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbedreigde
jijbedreigde
hijbedreigde
wijbedreigden
julliebedreigden
zijbedreigden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bedreigd
jijhad bedreigd
hijhad bedreigd
wijhadden bedreigd
julliehadden bedreigd
zijhadden bedreigd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bedreigen
jijzult bedreigen
hijzal bedreigen
wijzullen bedreigen
julliezullen bedreigen
zijzullen bedreigen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bedreigd hebben
jijzult bedreigd hebben
hijzal bedreigd hebben
wijzullen bedreigd hebben
julliezullen bedreigd hebben
zijzullen bedreigd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bedreigen
jijzou bedreigen
hijzou bedreigen
wijzouden bedreigen
julliezouden bedreigen
zijzouden bedreigen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bedreigd hebben
jijzou bedreigd hebben
hijzou bedreigd hebben
wijzouden bedreigd hebben
julliezouden bedreigd hebben
zijzouden bedreigd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbedreig

Translations

  • jeopardize, put in jeopardy
  • threaten, to make a threat against someone; to use threats
  • threaten, to menace, or be dangerous
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    intimideren
    afschrikken, verlammen
    molesteren
    mishandelen

    Sample Sentences

    • [...] omstandigheden had kunnen aantreffen. Ik was aan den eenen kant van alle menschelijk gezelschap beroofd, hetgeen mij eene groote droefheid was, maar aan den anderen kant werd mijn leven niet bedreigd door verscheurende dieren; er waren geene venijnige dieren of giftige planten, geene wilden om mij te slagten. Kortom, schoon mijn leven aan den eenen kant zeer treurig was, was het aan den anderen [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From be- + dreigen.

    Additional Information