Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: berekenen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: berekenend
Past participle - Verleden deelwoord: berekend
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | bereken |
| jij | berekent |
| hij | berekent |
| wij | berekenen |
| jullie | berekenen |
| zij | berekenen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb berekend |
| jij | hebt berekend |
| hij | heeft berekend |
| wij | hebben berekend |
| jullie | hebben berekend |
| zij | hebben berekend |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | berekende |
| jij | berekende |
| hij | berekende |
| wij | berekenden |
| jullie | berekenden |
| zij | berekenden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had berekend |
| jij | had berekend |
| hij | had berekend |
| wij | hadden berekend |
| jullie | hadden berekend |
| zij | hadden berekend |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal berekenen |
| jij | zult berekenen |
| hij | zal berekenen |
| wij | zullen berekenen |
| jullie | zullen berekenen |
| zij | zullen berekenen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal berekend hebben |
| jij | zult berekend hebben |
| hij | zal berekend hebben |
| wij | zullen berekend hebben |
| jullie | zullen berekend hebben |
| zij | zullen berekend hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou berekenen |
| jij | zou berekenen |
| hij | zou berekenen |
| wij | zouden berekenen |
| jullie | zouden berekenen |
| zij | zouden berekenen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou berekend hebben |
| jij | zou berekend hebben |
| hij | zou berekend hebben |
| wij | zouden berekend hebben |
| jullie | zouden berekend hebben |
| zij | zouden berekend hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'berekenen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'berekenen'
betekenen,
afrekenen,
beoefenen,
rekenen,
aftekenen,
bedekken,
bedienen,
bekennen,
bekeren,
belegeren,
Translations
calculate, (''transitive'') to determine the value or solution of sth.
compute, to reckon or calculate
figure, to calculate, to solve a mathematical problem
Synonyms & Antonyms
Synonyms
- becijferen
- nagaan, uitrekenen, uitzoeken, voorrekenen
- begroten
- becijferen, ramen, schatten
- oplossen
- uitrekenen
- ramen
- begroten, schatten, taxeren
- rekenen
- ramen, schatten
- uitkienen
- bedenken, uitknobbelen, uitzoeken
- uitmikken
- afpassen, bepalen, uitkienen
- uitrekenen
- becijferen, bepalen, calculeren, uittellen
- uitwerken
- uitrekenen
Sample Sentences
-
Voor zoo veel ik berekenen kon was ik in de landstreek, die tusschen het gebied van den Marokkaanschen keizer en het land der Negers ligt, en woest en alleen door wilde dieren bewoond is; daar de Negers haar verlaten hebben, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dag wat bedaarde, maakte de kapitein zijn bestek op, zoo goed als hij kon, en bevond, dat hij op ongeveer 11° N. breedte was, maar dat hij op 22° lengte bewesten kaap St. Augustijn was; zoodat hij berekende op de kust van Guiana of het noordergedeelte van Brazilië te zijn, tusschen de Amazonerivier en de Orenoko, gewoonlijk de Groote Rivier genaamd. Thans was de vraag welken koers te houden, want het [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dezen stijl sneed ik elken dag een kerf met mijn mes, en elke zevende kerf eens zoo lang als de overigen, en elken eersten dag van de maand weder eens zoo lang, en aldus hield ik mijn almanak, en berekende de weken, maanden en jaren.
(Robinson Crusoe)
-
[...] zoo als ik straks verhalen zal. Wel is het mogelijk, dat zij er in dien tijd eens of tweemaal geweest waren, maar dan kort en zonder dat ik er iets van gemerkt had, doch in de maand Mei, zoo ver ik berekenen kan, en in mijn vierentwintigste jaar, had ik eene zeer zonderlinge ontmoeting, die ik zoo aanstonds verhalen zal.
(Robinson Crusoe)
-
[...] in de maand October, doch nadat eens mijne rekening van de dagen in de war was geraakt, kon ik die nimmer weder in orde brengen; zelfs wist ik niet zeker, of ik de jaren wel volkomen juist had berekend, doch naderhand bleek het, dat mijne rekening van de jaren volkomen juist was.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch berekenen. Equivalent to be- + rekenen.
Verbs referencing "berekenen"
Swedish
beräkna.
Additional Information