Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: wonen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wonend
Past participle - Verleden deelwoord: gewoond
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | woon |
| jij | woont |
| hij | woont |
| wij | wonen |
| jullie | wonen |
| zij | wonen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gewoond |
| jij | hebt gewoond |
| hij | heeft gewoond |
| wij | hebben gewoond |
| jullie | hebben gewoond |
| zij | hebben gewoond |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | woonde |
| jij | woonde |
| hij | woonde |
| wij | woonden |
| jullie | woonden |
| zij | woonden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gewoond |
| jij | had gewoond |
| hij | had gewoond |
| wij | hadden gewoond |
| jullie | hadden gewoond |
| zij | hadden gewoond |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal wonen |
| jij | zult wonen |
| hij | zal wonen |
| wij | zullen wonen |
| jullie | zullen wonen |
| zij | zullen wonen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gewoond hebben |
| jij | zult gewoond hebben |
| hij | zal gewoond hebben |
| wij | zullen gewoond hebben |
| jullie | zullen gewoond hebben |
| zij | zullen gewoond hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou wonen |
| jij | zou wonen |
| hij | zou wonen |
| wij | zouden wonen |
| jullie | zouden wonen |
| zij | zouden wonen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gewoond hebben |
| jij | zou gewoond hebben |
| hij | zou gewoond hebben |
| wij | zouden gewoond hebben |
| jullie | zouden gewoond hebben |
| zij | zouden gewoond hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'wonen'
aanberen,
aanhalen,
aanhelen,
aanhogen,
aanklagen,
aanleren,
aanmarcheren,
aanmeren,
aanrazeren,
aanschemeren,
aansmeren,
aanspelen,
aanspugen,
aantelen,
aanvegen,
aanzagen,
abandonneren,
abdiceren,
abdiqueren,
abduceren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'wonen'
honen,
lonen,
tonen,
wanen,
wonden,
banen,
bewonen,
bomen,
doden,
doen,
Translations
abide, dwell
haunt, to live habitually
inhabit, to live or reside in some place
live, have permanent residence
reside, to dwell permanently or for a considerable time
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] niet inheemsch was. Mijn vader was van Bremen afkomstig en had zich eerst te Hull gevestigd. Na in den koophandel eene tamelijke fortuin verworven te hebben, liet hij dien varen en ging te York wonen, waar hij met mijne moeder trouwde, die tot eene deftige oude familie, Robinson genaamd, aldaar behoorde. Naar deze ontving ik den naam van Robinson Kreutznaer; maar door eene in Engeland niet [...]
(Robinson Crusoe)
-
Om dit wel te verstaan, moet men onderstellen, dat ik thans vier jaren in Brazilië gewoond had, dat ik thans het plantaadjewerk vrij wel begon te verstaan, en vooruit te gaan in welvaart. Ik had niet alleen de taal geleerd, maar ook met mijne medeplanters bekendschap gemaakt, zoo wel als [...]
(Robinson Crusoe)
-
Mijn eerste werk was thans het land te bezien, en eene geschikte plaats te zoeken, waar ik wonen kon, en mijne goederen tegen alle mogelijke ongevallen beveiligen. Waar ik was, wist ik echter niet, of op vast land of op een eiland, in een bewoond of onbewoond land, met of zonder wilde dieren. [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] zoodat ik niet kon uitgaan; maar van mijne ontsteltenis bekomen, dacht ik na over hetgeen mij thans te doen stond. Als dit eiland aan aardbevingen onderhevig was, kon ik niet in den kelder blijven wonen; maar moest ik een hutje voor mij bouwen, dat ik ook met een muur omringen kon, en mij daardoor voor menschen en beesten beveiligen; want zoo ik bleef waar ik was, liep ik gevaar van te eeniger tijd [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] takken, die ik hiertoe vinden kon, waren zoo broos, dat zij mij niet dienen konden. Thans was het mij een groot voordeel, dat ik als een jongen dikwijls bij een mandemaker, die digt bij mijn vader woonde, had staan te zien naar zijn werk, en gelijk jongens zijn, had ik dan dikwijls gedienstig geweest om den man te helpen; en hierdoor wist ik zooveel van het mandemaken, dat mij slechts de [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] was, ik zeker den een of anderen tijd, eenig vaartuig her- of derwaarts zou zien trekken; maar zoo niet, dan was het de woeste kust tusschen de Spaansche landen en Brazilië; waar de ergste wilden wonen; want het zijn kannibalen of menscheneters, die alle menschen, welke hun in handen vallen, vermoorden en verslinden. Onder deze gedachten wandelde ik langzaam verder.
(Robinson Crusoe)
-
[...] verscheidene dagen genoeg te doen met te bedenken in welk gevaar ik geweest was. Het zou mij zeer aangenaam geweest zijn als ik mijne boot weder aan de andere zijde van het eiland had gehad, waar ik woonde; maar ik wist niet hoe ik haar daar zou brengen. Ik kende de oostzijde van het eiland, langs welke ik gekomen was, thans te goed, om niet te weten dat ik niet wagen kon, dien weg te nemen; mijn [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] zijde tot St. Martha uitstrekt. Hij verhaalde mij, dat ver achter de maan (waarmede hij bedoelde in die strekking, waar de maan onderging ), dat is ten westen van hun land, witte, baardige mannen woonden, zoo als ik (hierbij wees hij op mijne knevels ) en dat deze veel mannen gedood hadden, zoo als hij zeide. Ik besloot hieruit, dat hij de Spanjaarden bedoelde, wier wreedheden in Amerika, het [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] was. Ik vatte dus de zaak anders aan, wees hem op de zee, den grond waarop hij trad, de heuvels en de bosschen. Hij zeide, dat dit gemaakt was door den ouden Benamoekie, die verder dan alle menschen woonde. Hij wist van dien grooten persoon niets anders te zeggen, dan dat hij zeer oud was, veel ouder, zeide hij, dan de zee of het land, dan de maan of de sterren. Ik vroeg hem daarop, dat zoo die oude [...]
(Robinson Crusoe)
-
Dit gaf mij aanleiding hem in de kennis van den eenigen waren God te onderrigten. Ik zeide hem, terwijl ik naar den hemel wees, dat de groote maker van alle dingen daar woonde, en dat Hij de wereld met dezelfde almagt en wijsheid bestierde, waarmede Hij ze geschapen heeft; dat Hij almagtig was, ons alles doen, alles geven, alles ontnemen kon; en zoo opende ik van [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch wōnen, from Old Dutch wonon, from Proto-West Germanic *wunēn, from Proto-Germanic *wunāną, from Proto-Indo-European *wenh₁- (“to wish, love”). See: Old Dutch 'wonon', Proto-Germanic '
*wunāną'.
Verbs referencing "wonen"
English
won, Luxembourgish
wunnen, German, Pennsylvania
wuhne.
Additional Information