weerstaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of weerstaan

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: weerstaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: weerstaand
Past participle - Verleden deelwoord: weerstaan

Cognates

See the 2 cognates of weerstaan

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikweersta
jijweerstaat
hijweerstaat
wijweerstaan
jullieweerstaan
zijweerstaan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb weerstaan
jijhebt weerstaan
hijheeft weerstaan
wijhebben weerstaan
julliehebben weerstaan
zijhebben weerstaan

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikweerstond
jijweerstond
hijweerstond
wijweerstonden
jullieweerstonden
zijweerstonden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad weerstaan
jijhad weerstaan
hijhad weerstaan
wijhadden weerstaan
julliehadden weerstaan
zijhadden weerstaan

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal weerstaan
jijzult weerstaan
hijzal weerstaan
wijzullen weerstaan
julliezullen weerstaan
zijzullen weerstaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal weerstaan hebben
jijzult weerstaan hebben
hijzal weerstaan hebben
wijzullen weerstaan hebben
julliezullen weerstaan hebben
zijzullen weerstaan hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou weerstaan
jijzou weerstaan
hijzou weerstaan
wijzouden weerstaan
julliezouden weerstaan
zijzouden weerstaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou weerstaan hebben
jijzou weerstaan hebben
hijzou weerstaan hebben
wijzouden weerstaan hebben
julliezouden weerstaan hebben
zijzouden weerstaan hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijweersta

Translations

  • stand, to undergo; withstand; hold up
  • resist, to withstand actions or effects of
  • withstand, to resist
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Wat betreft het naar huis gaan: de schaamte weerstond de beste redenen daartoe; ik stelde mij voor hoe onze bekenden mij zouden uitlagchen, en hoe beschaamd ik zijn zou, niet alleen om mijne ouders, maar ieder ander onder de oogen te treden. Later heb [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] snellen loop zou er aan ontkomen niet te denken zijn geweest. Deze denkbeelden maakten mij soms bitter neêrslagtig. Met schrik dacht ik wat ik in dat geval zou gedaan hebben; zonder hen te kunnen weerstaan, misschien zonder tegenwoordigheid van geest om van mijne eerst na lang nadenken uitgevonden middelen tot verdediging gebruik te maken. Maar ik eindigde met dankbaar aan de Voorzienigheid te zijn, [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] schenen verdwenen, en ik kon mijne gedachten nergens anders op vestigen dan op het ontwerp eener reis naar het vasteland, dat mij met zoo veel kracht en zoo geweldig overviel, dat ik dit niet weerstaan kon. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From weer- + staan.

    Verbs referencing "weerstaan"

    English withstand, German, old spelling widerstehen.

    Additional Information