spijten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of spijten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: spijten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: spijtend
Past participle - Verleden deelwoord: gespeten

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

hijspijt

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

hijheeft gespeten

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

hijspeet

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

hijhad gespeten

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

hijzal spijten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

hijzal gespeten hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

hijzou spijten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

hijzou gespeten hebben

Imperative - Gebiedende wijs

Translations

  • regret, feel sorry about some past thing
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    berouwen
    betreuren

    Sample Sentences

    • [...] het dier gekomen, hield hij den tromp van het geweer in zijn oor, en schoot hem nogmaals door het hoofd, waarop hij dadelijk stierf. Het was een fraaije jagt, maar slecht voedsel voor ons, en het speet mij thans genoeg, dat ik drie ladingen kruid en lood verspild had, om een dier te dooden, dat ons tot niets nut was. Xury wilde toch iets van hem hebben, dus kwam hij weder aan boord en verzocht mij [...] (Robinson Crusoe)
    • De eerste maal, dat ik op haar schoot, doodde ik eene geit, die een zuigend jong bij zich had, hetgeen mij van harte speet. Toen de moeder viel, bleef het jong stokstijf bij haar staan, tot ik kwam en haar opnam. Toen ik de oude geit op mijne schouders laadde en haar wegdroeg, volgde het jong mij tot aan mijne heining. [...] (Robinson Crusoe)
    • Nu begon het mij te spijten, dat ik mijn kelder zoo wijd uitgegraven had, dat hij met eene deur buiten de rots uitkwam. Na rijp nadenken besloot ik mij eene tweede verschansing te maken, even zoo in een halven cirkel, op eene [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] een feest te houden, zoo als hij gewoon was met zoodanige vijanden, als zij in den oorlog krijgsgevangen maakten. Maar ik deed den armen eerlijken jongen groot ongelijk, hetgeen mij naderhand genoeg speet; daar echter mijn argwaan aangroeide, en eenige weken stand hield, was ik wat omzigtiger en niet zoo gemeenzaam en vriendelijk jegens hem, waaraan ik gewis groot onregt deed; want de eerlijke brave [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch spiten, equivalent to spijt + -en. See: Middle Dutch 'spiten'.

    Additional Information