Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: roeien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: roeiend
Past participle - Verleden deelwoord: geroeid
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | roei |
| jij | roeit |
| hij | roeit |
| wij | roeien |
| jullie | roeien |
| zij | roeien |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb geroeid |
| jij | hebt geroeid |
| hij | heeft geroeid |
| wij | hebben geroeid |
| jullie | hebben geroeid |
| zij | hebben geroeid |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | roeide |
| jij | roeide |
| hij | roeide |
| wij | roeiden |
| jullie | roeiden |
| zij | roeiden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had geroeid |
| jij | had geroeid |
| hij | had geroeid |
| wij | hadden geroeid |
| jullie | hadden geroeid |
| zij | hadden geroeid |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal roeien |
| jij | zult roeien |
| hij | zal roeien |
| wij | zullen roeien |
| jullie | zullen roeien |
| zij | zullen roeien |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal geroeid hebben |
| jij | zult geroeid hebben |
| hij | zal geroeid hebben |
| wij | zullen geroeid hebben |
| jullie | zullen geroeid hebben |
| zij | zullen geroeid hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou roeien |
| jij | zou roeien |
| hij | zou roeien |
| wij | zouden roeien |
| jullie | zouden roeien |
| zij | zouden roeien |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou geroeid hebben |
| jij | zou geroeid hebben |
| hij | zou geroeid hebben |
| wij | zouden geroeid hebben |
| jullie | zouden geroeid hebben |
| zij | zouden geroeid hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'roeien'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'roeien'
boeien,
groeien,
loeien,
moeien,
roepen,
roeren,
bloeien,
boeren,
boeten,
doeken,
Translations
row, transitive:to propel over water using oars
Sample Sentences
-
[...] ons eene boot toe te zenden. Met het grootste gevaar naderde deze ons, maar het was ons onmogelijk er in te gaan, en voor de boot, bij ons op zijde te komen liggen; tot eindelijk het volk zoo hard roeide, dat zij met levensgevaar ons zoo nabij kwamen, dat wij een touw, met een boei er op gestoken, hun konden toewerpen; na veel moeite en gevaar maakten zij het vast, en wij haalden hen digt achter ons [...]
(Robinson Crusoe)
-
Op een morgen waren wij bij stil weder met hem uit visschen, toen er plotseling zulk een dikke mist opkwam, dat wij de kust uit het oog verloren, schoon wij er geene halve mijl van af waren. Wij roeiden dus den geheelen dag en nacht, zonder te weten waarheen, en toen de zon opkwam zagen wij, dat wij zeewaarts, in plaats van naar den wal, geroeid hadden, en er wel twee mijlen van af waren. [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] wij er geene halve mijl van af waren. Wij roeiden dus den geheelen dag en nacht, zonder te weten waarheen, en toen de zon opkwam zagen wij, dat wij zeewaarts, in plaats van naar den wal, geroeid hadden, en er wel twee mijlen van af waren. Wij kwamen behouden weder binnen, schoon niet zonder gevaar en met zwaar werken; en bovenal duchtig uitgehongerd.
(Robinson Crusoe)
-
Zeil hadden wij niet, en hadden het toch ook niet kunnen gebruiken; dus roeiden wij naar het land, schoon met bezwaarde harten, als mannen, die hun doodvonnis te gemoet gingen, want wij allen wisten zeer goed, dat als wij digt bij het strand kwamen, de branding alsdan de boot [...]
(Robinson Crusoe)
-
Ik zag, dat hij er zeer goed mede te regt kon, en ze bijkans zoo snel roeide als ik; toen hij er dus in was, zeide ik: " Wel, Vrijdag, willen wij nu naar uwe natie gaan ? " Hij scheen over dit gezegde zeer verslagen, naar het schijnt, omdat hij begreep, dat de boot daartoe [...]
(Robinson Crusoe)
-
Die in de kanoe waren roeiden zoo hard zij konden om buiten ons schot te komen, en hoewel Vrijdag twee of drie schoten op hen deed, kon ik niet bespeuren, dat hij een hunner getroffen had. Vrijdag had wel gewild, dat ik een [...]
(Robinson Crusoe)
-
De zeven matrozen stapten aan wal, en de drie, die in de boot bleven, roeiden haar op een goeden afstand van den wal af, en gingen daar voor anker liggen, om hen af te wachten, zoodat het ons onmogelijk was hen te bereiken. Degenen, die geland waren, bleven digt bijeen en [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch roeyen, from Old Dutch *ruoien, from Proto-Germanic *rōaną, from Proto-Indo-European *h₁reh₁-. See: Proto-Germanic '
*rōaną'.
Verbs referencing "roeien"
English
row.
Additional Information