Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: groeien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: groeiend
Past participle - Verleden deelwoord: gegroeid
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | groei |
| jij | groeit |
| hij | groeit |
| wij | groeien |
| jullie | groeien |
| zij | groeien |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | ben gegroeid |
| jij | bent gegroeid |
| hij | is gegroeid |
| wij | zijn gegroeid |
| jullie | zijn gegroeid |
| zij | zijn gegroeid |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | groeide |
| jij | groeide |
| hij | groeide |
| wij | groeiden |
| jullie | groeiden |
| zij | groeiden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | was gegroeid |
| jij | was gegroeid |
| hij | was gegroeid |
| wij | waren gegroeid |
| jullie | waren gegroeid |
| zij | waren gegroeid |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal groeien |
| jij | zult groeien |
| hij | zal groeien |
| wij | zullen groeien |
| jullie | zullen groeien |
| zij | zullen groeien |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gegroeid zijn |
| jij | zult gegroeid zijn |
| hij | zal gegroeid zijn |
| wij | zullen gegroeid zijn |
| jullie | zullen gegroeid zijn |
| zij | zullen gegroeid zijn |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou groeien |
| jij | zou groeien |
| hij | zou groeien |
| wij | zouden groeien |
| jullie | zouden groeien |
| zij | zouden groeien |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gegroeid zijn |
| jij | zou gegroeid zijn |
| hij | zou gegroeid zijn |
| wij | zouden gegroeid zijn |
| jullie | zouden gegroeid zijn |
| zij | zouden gegroeid zijn |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'groeien'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'groeien'
gloeien,
groeten,
roeien,
bloeien,
boeien,
droelen,
gooien,
gronden,
knoeien,
kroelen,
Translations
accrue, increase
grow, (''intransitive'') to become bigger
grow, (''intransitive'') to appear or sprout
increase, increase
increase, become larger
up, increase
wax, literary: grow
Sample Sentences
-
Terwijl dit koorn groeide deed ik eene kleine ontdekking, die mij naderhand van nut was. Zoodra de regens over waren en het weder bestendig begon te worden, hetgeen tegen November was, ging ik landwaarts in, mijn [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] van deze in een halven cirkel een heining te maken rondom mijn oud verblijf, gelijk ik deed, en ik plaatste de takken in eene dubbele rij op ongeveer acht ellen afstands van mijn eerste heining; zij groeiden welig op, en waren eerst eene fraaije beschutting en naderhand zelfs eene verdediging voor mijne woning, gelijk ik later verhalen zal.
(Robinson Crusoe)
-
[...] zaad op twee groote vlakke stukken gronds, zoo digt bij mijn huis als ik die vinden kon. Ik maakte er eene goede heining om, van stekken gelijk ik er te voren om gezet had, en die ik wist dat goed groeiden, zoodat ik rekenen kon binnen het jaar eene goede heining te hebben, die slechts weinig herstelling zou behoeven. Hoezeer dit werk niet zwaar was, gingen er echter drie maanden mede heen, omdat het [...]
(Robinson Crusoe)
-
Maar toen ik dit gedaan had, kon ik haar evenmin verwrikken, of er onder komen, laat staan haar te water brengen; dus moest ik dit opgeven; schoon ik echter alle hoop op de boot varen liet, groeide mijne begeerte, om naar het vaste land over te steken, steeds aan, naar gelang de middelen daartoe onmogelijker schenen.
(Robinson Crusoe)
-
Hier groeiden ook mijne druiven, die mij mijn voorraad van rozijnen voor den winter leverden; en die ik allerzorgvuldigst bewaarde als mijne aangenaamste spijs. Zij waren niet alleen lekker, maar allergezondst, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] gegeven. Ik had ook verscheidene tamme zeevogels, wier naam ik niet kende, die ik op het strand gevangen en gekortwiekt had. De stekken, die ik om mijn muur geplant had, waren nu tot een digt bosch gegroeid, en daarin leefden en nestelden zij, hetgeen mij zeer aangenaam was. Aldus leefde ik zeer tevreden, behalve dat ik steeds door vrees voor de wilden geplaagd werd. Doch het was anders besloten, en [...]
(Robinson Crusoe)
-
Doch ik was hiermede niet tevreden, mijn moed en mijne nieuwsgierigheid groeiden thans te gelijk aan; dus nam ik mijn slaaf Vrijdag mede, gaf hem eene sabel in de hand, terwijl hij een boog en pijlen, in welker behandeling ik bevond, dat hij zeer bedreven was, op den rug, en in [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] verbaasd over mijne verschansingen, en hoe volkomen ik mijn verblijf had verborgen door eene reeks van boomen, die daar zij nu omstreeks twintig jaren gestaan hadden, en het hout hier veel sneller groeide dan in Engeland, een klein bosch en zoo digt was geworden, dat het overal ondoordringbaar was geworden, behalve op die plaats waar een smal kronkelend pad liep. Ik verhaalde hem, dat dit mijn [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch groeyen, from Old Dutch gruoien, from Proto-Germanic *grōaną, from Proto-Indo-European *gʰreh₁- (“to grow, become green”). Cognate with English grow. See: Proto-Germanic '
*grōaną'.
Verbs referencing "groeien"
English
grow, Old English
growan.
Additional Information