overschrijden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overschrijden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overschrijden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overschrijdend
Past participle - Verleden deelwoord: overgeschreden

Cognates

See the 3 cognates of overschrijden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikschrijd over
jijschrijdt over
hijschrijdt over
wijschrijden over
jullieschrijden over
zijschrijden over

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overgeschreden
jijhebt overgeschreden
hijheeft overgeschreden
wijhebben overgeschreden
julliehebben overgeschreden
zijhebben overgeschreden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikschreed over
jijschreed over
hijschreed over
wijschreden over
jullieschreden over
zijschreden over

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overgeschreden
jijhad overgeschreden
hijhad overgeschreden
wijhadden overgeschreden
julliehadden overgeschreden
zijhadden overgeschreden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overschrijden
jijzult overschrijden
hijzal overschrijden
wijzullen overschrijden
julliezullen overschrijden
zijzullen overschrijden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overgeschreden hebben
jijzult overgeschreden hebben
hijzal overgeschreden hebben
wijzullen overgeschreden hebben
julliezullen overgeschreden hebben
zijzullen overgeschreden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overschrijden
jijzou overschrijden
hijzou overschrijden
wijzouden overschrijden
julliezouden overschrijden
zijzouden overschrijden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overgeschreden hebben
jijzou overgeschreden hebben
hijzou overgeschreden hebben
wijzouden overgeschreden hebben
julliezouden overgeschreden hebben
zijzouden overgeschreden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijschrijd over

Translations

  • exceed, to be larger, greater than something else or than expected or desirable
  • exceed, to go beyond the limits of something
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    overgaan
    passeren
    overtreden
    schenden, verbreken

    Sample Sentences

    Etymology

    From over- + schrijden.

    Verbs referencing "overschrijden"

    German, old spelling überschreiten, Danish overskride.

    Additional Information