Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: onthouden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: onthoudend
Past participle - Verleden deelwoord: onthouden
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | onthoud; onthou |
| jij | onthoudt |
| hij | onthoudt |
| wij | onthouden |
| jullie | onthouden |
| zij | onthouden |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb onthouden |
| jij | hebt onthouden |
| hij | heeft onthouden |
| wij | hebben onthouden |
| jullie | hebben onthouden |
| zij | hebben onthouden |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | onthield |
| jij | onthield |
| hij | onthield |
| wij | onthielden |
| jullie | onthielden |
| zij | onthielden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had onthouden |
| jij | had onthouden |
| hij | had onthouden |
| wij | hadden onthouden |
| jullie | hadden onthouden |
| zij | hadden onthouden |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal onthouden |
| jij | zult onthouden |
| hij | zal onthouden |
| wij | zullen onthouden |
| jullie | zullen onthouden |
| zij | zullen onthouden |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal onthouden hebben |
| jij | zult onthouden hebben |
| hij | zal onthouden hebben |
| wij | zullen onthouden hebben |
| jullie | zullen onthouden hebben |
| zij | zullen onthouden hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou onthouden |
| jij | zou onthouden |
| hij | zou onthouden |
| wij | zouden onthouden |
| jullie | zouden onthouden |
| zij | zouden onthouden |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou onthouden hebben |
| jij | zou onthouden hebben |
| hij | zou onthouden hebben |
| wij | zouden onthouden hebben |
| jullie | zouden onthouden hebben |
| zij | zouden onthouden hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'onthouden'
aanhouden,
achterhouden,
afhouden,
behouden,
bezighouden,
houden,
huishouden,
inhouden,
onderhouden,
onthouden,
ophouden,
terughouden,
uithouden,
vasthouden,
volhouden,
weerhouden,
Verbs similar to 'onthouden'
inhouden,
onthoofden,
ontvouwen,
ophouden,
uithouden,
aanhouden,
afhouden,
behouden,
houden,
onderhouden,
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] ik hier melding maak, om dit te doen bedenken aan hen, die onvergenoegd zijn en niet rustig kunnen genieten wat God hun geschonken heeft, omdat zij datgene zien en benijden, wat Hij hun heeft onthouden. Al ons verdriet over hetgeen ons ontbreekt, schijnt mij toe te ontstaan uit gebrek aan dankbaarheid voor hetgeen wij bezitten.
(Robinson Crusoe)
-
[...] van deze allen zulk een slecht gebruik maken, zelfs schoon onze vermogens verlicht zijn door onderrigt en de kennis van Gods woord; en waarom het God behaagd heeft deze zaligmakende kennis te onthouden aan zoo vele millioenen, die, naar dezen armen wilde te oordeelen, er een beter gebruik dan wij van zouden maken. Hierdoor waagde ik mij somwijlen te ver in het beoordeelen van het oppermagtig [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] waagde ik mij somwijlen te ver in het beoordeelen van het oppermagtig wereldbestuur, en tot eene beoordeeling, als het ware van het regtvaardige eener zoodanige beschikking, die sommigen het licht onthouden, en het aan anderen geschonken had, en toch van allen gelijke pligten vorderde. Maar ik bedwong ten laatste mijne overwegingen door de bedenking, dat ik niet wist naar welken maatstaf zijlieden [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch onthouden. Equivalent to ont- + houden.
Verbs referencing "onthouden"
German, old spelling
enthalten, Afrikaans
onthou.
Additional Information