ontdoen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontdoen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontdoen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontdoend
Past participle - Verleden deelwoord: ontdaan

Cognates

See the 2 cognates of ontdoen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontdoe
jijontdoet
hijontdoet
wijontdoen
jullieontdoen
zijontdoen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontdaan
jijhebt ontdaan
hijheeft ontdaan
wijhebben ontdaan
julliehebben ontdaan
zijhebben ontdaan

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontdeed
jijontdeed
hijontdeed
wijontdeden
jullieontdeden
zijontdeden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontdaan
jijhad ontdaan
hijhad ontdaan
wijhadden ontdaan
julliehadden ontdaan
zijhadden ontdaan

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontdoen
jijzult ontdoen
hijzal ontdoen
wijzullen ontdoen
julliezullen ontdoen
zijzullen ontdoen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontdaan hebben
jijzult ontdaan hebben
hijzal ontdaan hebben
wijzullen ontdaan hebben
julliezullen ontdaan hebben
zijzullen ontdaan hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontdoen
jijzou ontdoen
hijzou ontdoen
wijzouden ontdoen
julliezouden ontdoen
zijzouden ontdoen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontdaan hebben
jijzou ontdaan hebben
hijzou ontdaan hebben
wijzouden ontdaan hebben
julliezouden ontdaan hebben
zijzouden ontdaan hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontdoe

Verbs conjugated like 'ontdoen'

aandoen, dichtdoen, doen, meedoen, ontdoen, overdoen, voldoen, voordoen,

Translations

  • disabuse, free of a misconception
  • doff, to remove or take off (something such as clothing)
  • reverse, to reverse
  • undo, to reverse
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bevrijden
    ontlasten, vrijmaken
    opruimen
    verkopen, wegdoen

    Antonyms

    bevrijden
    gevangennemen, arresteren, inrekenen, pakken, vastzetten

    Sample Sentences

    Etymology

    From ont- + doen.

    Verbs referencing "ontdoen"

    English undo.

    Additional Information