Infinitive - Onbepaalde wijs: onderstaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: onderstaand
Past participle - Verleden deelwoord: onderstaan
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | ondersta |
| jij | onderstaat |
| hij | onderstaat |
| wij | onderstaan |
| jullie | onderstaan |
| zij | onderstaan |
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb onderstaan |
| jij | hebt onderstaan |
| hij | heeft onderstaan |
| wij | hebben onderstaan |
| jullie | hebben onderstaan |
| zij | hebben onderstaan |
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | onderstond |
| jij | onderstond |
| hij | onderstond |
| wij | onderstonden |
| jullie | onderstonden |
| zij | onderstonden |
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had onderstaan |
| jij | had onderstaan |
| hij | had onderstaan |
| wij | hadden onderstaan |
| jullie | hadden onderstaan |
| zij | hadden onderstaan |
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal onderstaan |
| jij | zult onderstaan |
| hij | zal onderstaan |
| wij | zullen onderstaan |
| jullie | zullen onderstaan |
| zij | zullen onderstaan |
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal onderstaan hebben |
| jij | zult onderstaan hebben |
| hij | zal onderstaan hebben |
| wij | zullen onderstaan hebben |
| jullie | zullen onderstaan hebben |
| zij | zullen onderstaan hebben |
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou onderstaan |
| jij | zou onderstaan |
| hij | zou onderstaan |
| wij | zouden onderstaan |
| jullie | zouden onderstaan |
| zij | zouden onderstaan |
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou onderstaan hebben |
| jij | zou onderstaan hebben |
| hij | zou onderstaan hebben |
| wij | zouden onderstaan hebben |
| jullie | zouden onderstaan hebben |
| zij | zouden onderstaan hebben |
| jij | ondersta |