kloppen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kloppen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kloppen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kloppend
Past participle - Verleden deelwoord: geklopt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikklop
jijklopt
hijklopt
wijkloppen
julliekloppen
zijkloppen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geklopt
jijhebt geklopt
hijheeft geklopt
wijhebben geklopt
julliehebben geklopt
zijhebben geklopt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikklopte
jijklopte
hijklopte
wijklopten
jullieklopten
zijklopten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geklopt
jijhad geklopt
hijhad geklopt
wijhadden geklopt
julliehadden geklopt
zijhadden geklopt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kloppen
jijzult kloppen
hijzal kloppen
wijzullen kloppen
julliezullen kloppen
zijzullen kloppen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geklopt hebben
jijzult geklopt hebben
hijzal geklopt hebben
wijzullen geklopt hebben
julliezullen geklopt hebben
zijzullen geklopt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kloppen
jijzou kloppen
hijzou kloppen
wijzouden kloppen
julliezouden kloppen
zijzouden kloppen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geklopt hebben
jijzou geklopt hebben
hijzou geklopt hebben
wijzouden geklopt hebben
julliezouden geklopt hebben
zijzouden geklopt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijklop

Translations

  • beat, to hit, to knock, to pound, to strike
  • beat, to strike or pound repeatedly
  • knock, to rap one's knuckles against something
  • throb, to pound or beat rapidly or violently
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bonzen
    tikken
    inmaken
    pakken, verslaan
    klutsen
    opkloppen, slaan

    Sample Sentences

    • Nadat mij dit twee uren of langer het hoofd zoo op hol had gebragt, dat mijn bloed kookte en mijn pols klopte alsof ik de koorts had, alleen door de drift mijner denkbeelden, deed de natuur, daar ik door het woelen dezer gedachten zeer uitgeput was, mij in een diepen slaap vallen. Men zou denken, dat ik er [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch cloppen, from Old Dutch *cloppōn, probably onomatopoeic. Cognate with German klopfen and kloppen. See: Middle Dutch 'cloppen', German, old spelling 'klopfen'.

    Verbs referencing "kloppen"

    German, old spelling kloppen, German, old spelling klopfen, English clop.

    Additional Information