gooien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gooien

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gooien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gooiend
Past participle - Verleden deelwoord: gegooid

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgooi
jijgooit
hijgooit
wijgooien
julliegooien
zijgooien

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gegooid
jijhebt gegooid
hijheeft gegooid
wijhebben gegooid
julliehebben gegooid
zijhebben gegooid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgooide
jijgooide
hijgooide
wijgooiden
julliegooiden
zijgooiden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gegooid
jijhad gegooid
hijhad gegooid
wijhadden gegooid
julliehadden gegooid
zijhadden gegooid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gooien
jijzult gooien
hijzal gooien
wijzullen gooien
julliezullen gooien
zijzullen gooien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gegooid hebben
jijzult gegooid hebben
hijzal gegooid hebben
wijzullen gegooid hebben
julliezullen gegooid hebben
zijzullen gegooid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gooien
jijzou gooien
hijzou gooien
wijzouden gooien
julliezouden gooien
zijzouden gooien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gegooid hebben
jijzou gegooid hebben
hijzou gegooid hebben
wijzouden gegooid hebben
julliezouden gegooid hebben
zijzouden gegooid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgooi

Translations

  • cast, to throw forcefully
  • dash, to throw violently
  • launch, throw, hurl, let fly, propel with force
  • pitch, baseball: to throw the ball toward home plate
  • shy, to fling
  • throw, to cause an object to move rapidly through the air
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    keilen
    kwakken, mieteren, slingeren, smakken, smijten, werpen

    Sample Sentences

    • [...] gaan; het best is een anderen weg heen te zien en bedaard voort te gaan, want zoo men stilstaat en hem stijf aanziet, wil hij dit wel eens als eene beleediging opnemen. Zoo men hem echter met iets gooit, dat hem raakt, al ware het maar een takje zoo dun als een pink, dan wordt hij boos, en laat alles staan om zijne wraak te koelen; want hij staat magtig op het punt van eer; dit is zijn eerste [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch goyen, further etymology debated. Possibly from an ancestor of gauw (“quickly, soon”), although other origins have been suggested.

    Additional Information