afsnijden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afsnijden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afsnijden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afsnijdend
Past participle - Verleden deelwoord: afgesneden

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksnijd af; snij af
jijsnijdt af
hijsnijdt af
wijsnijden af
julliesnijden af
zijsnijden af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgesneden
jijhebt afgesneden
hijheeft afgesneden
wijhebben afgesneden
julliehebben afgesneden
zijhebben afgesneden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksneed af
jijsneed af
hijsneed af
wijsneden af
julliesneden af
zijsneden af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgesneden
jijhad afgesneden
hijhad afgesneden
wijhadden afgesneden
julliehadden afgesneden
zijhadden afgesneden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afsnijden
jijzult afsnijden
hijzal afsnijden
wijzullen afsnijden
julliezullen afsnijden
zijzullen afsnijden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgesneden hebben
jijzult afgesneden hebben
hijzal afgesneden hebben
wijzullen afgesneden hebben
julliezullen afgesneden hebben
zijzullen afgesneden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afsnijden
jijzou afsnijden
hijzou afsnijden
wijzouden afsnijden
julliezouden afsnijden
zijzouden afsnijden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgesneden hebben
jijzou afgesneden hebben
hijzou afgesneden hebben
wijzouden afgesneden hebben
julliezouden afgesneden hebben
zijzouden afgesneden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsnijd af; snij af

Translations

  • abscind, to cut off
  • carve, to cut
  • cut, to cut
  • foreclose, to cut off
  • section, to cut
  • shear, to cut
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    couperen
    snoeien

    Sample Sentences

    • [...] ben ook uitgekipt uit al het scheepsvolk, om van den dood gespaard te worden, en Hij, die mij wonderbaarlijk van den dood bevrijdde, kan mij ook uit dezen toestand redden. Ik ben van het menschdom afgesneden als een kluizenaar, als een balling uit de maatschappij. Maar ik ben niet verhongerd, en verga niet op eene onvruchtbare plaats, die geen voedsel oplevert. Ik heb geene kleederen, om mij te [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] er in verscheidene maanden niet geweest was, alles juist zoo als ik het verlaten had. De dubbele heining was niet alleen stevig en gaaf, maar de staken, die ik van eenige boomen daar in den omtrek afgesneden had, waren allen met lange takken uitgeschoten, even als de wilgen, het eerste jaar nadat zij geknot zijn. Ik kon niet zeggen welke boom het was, waarvan deze staken gekapt waren; maar het was mij [...] (Robinson Crusoe)
    • Den volgenden dag ging ik dus naar mijne buitenplaats, en na eenig rijs afgesneden te hebben, vond ik het zoo lenig als ik wenschen kon; dus ging ik er den volgenden dag met eene bijl naar toe en kapte eene groote menigte. Deze zette ik binnen mijne heining overeind om te droogen, [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch afsniden. Equivalent to af + snijden.

    Verbs referencing "afsnijden"

    German, old spelling abschneiden.

    Additional Information