indenken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of indenken

The word "indenken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: indenken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: indenkend
Past participle - Verleden deelwoord: ingedenkt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdenk in
jijdenkt in
hijdenkt in
wijdenken in
julliedenken in
zijdenken in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingedenkt
jijhebt ingedenkt
hijheeft ingedenkt
wijhebben ingedenkt
julliehebben ingedenkt
zijhebben ingedenkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdenkte in
jijdenkte in
hijdenkte in
wijdenkten in
julliedenkten in
zijdenkten in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingedenkt
jijhad ingedenkt
hijhad ingedenkt
wijhadden ingedenkt
julliehadden ingedenkt
zijhadden ingedenkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal indenken
jijzult indenken
hijzal indenken
wijzullen indenken
julliezullen indenken
zijzullen indenken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingedenkt hebben
jijzult ingedenkt hebben
hijzal ingedenkt hebben
wijzullen ingedenkt hebben
julliezullen ingedenkt hebben
zijzullen ingedenkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou indenken
jijzou indenken
hijzou indenken
wijzouden indenken
julliezouden indenken
zijzouden indenken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingedenkt hebben
jijzou ingedenkt hebben
hijzou ingedenkt hebben
wijzouden ingedenkt hebben
julliezouden ingedenkt hebben
zijzouden ingedenkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdenk in

Verbs similar to 'indenken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From in + denken.

Additional Information