samengaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of samengaan

The word "samengaan" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: samengaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: samengaand
Past participle - Verleden deelwoord: samengegaan

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikga samen
jijgaat samen
hijgaat samen
wijgaan samen
julliegaan samen
zijgaan samen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb samengegaan
jijhebt samengegaan
hijheeft samengegaan
wijhebben samengegaan
julliehebben samengegaan
zijhebben samengegaan

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikging samen
jijging samen
hijging samen
wijgingen samen
julliegingen samen
zijgingen samen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad samengegaan
jijhad samengegaan
hijhad samengegaan
wijhadden samengegaan
julliehadden samengegaan
zijhadden samengegaan

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal samengaan
jijzult samengaan
hijzal samengaan
wijzullen samengaan
julliezullen samengaan
zijzullen samengaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal samengegaan hebben
jijzult samengegaan hebben
hijzal samengegaan hebben
wijzullen samengegaan hebben
julliezullen samengegaan hebben
zijzullen samengegaan hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou samengaan
jijzou samengaan
hijzou samengaan
wijzouden samengaan
julliezouden samengaan
zijzouden samengaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou samengegaan hebben
jijzou samengegaan hebben
hijzou samengegaan hebben
wijzouden samengegaan hebben
julliezouden samengegaan hebben
zijzouden samengegaan hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijga samen

Verbs conjugated like 'samengaan'

aangaan, achtergaan, achternagaan, achteruitgaan, afgaan, begaan, doorgaan, gaan, heengaan, ingaan, nagaan, omgaan, ondergaan, ontgaan, opgaan, overgaan, rondgaan, toegaan, uitgaan, vergaan, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'samengaan'

Translations

  • merge, (intransitive) to combine into a whole
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From samen (“together”) + gaan (“to go”).

    Additional Information