onweren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of onweren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: onweren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: onwerend
Past participle - Verleden deelwoord: geonweerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikonweer
jijonweert
hijonweert
wijonweren
jullieonweren
zijonweren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geonweerd
jijhebt geonweerd
hijheeft geonweerd
wijhebben geonweerd
julliehebben geonweerd
zijhebben geonweerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikonweerde
jijonweerde
hijonweerde
wijonweerden
jullieonweerden
zijonweerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geonweerd
jijhad geonweerd
hijhad geonweerd
wijhadden geonweerd
julliehadden geonweerd
zijhadden geonweerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal onweren
jijzult onweren
hijzal onweren
wijzullen onweren
julliezullen onweren
zijzullen onweren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geonweerd hebben
jijzult geonweerd hebben
hijzal geonweerd hebben
wijzullen geonweerd hebben
julliezullen geonweerd hebben
zijzullen geonweerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou onweren
jijzou onweren
hijzou onweren
wijzouden onweren
julliezouden onweren
zijzouden onweren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geonweerd hebben
jijzou geonweerd hebben
hijzou geonweerd hebben
wijzouden geonweerd hebben
julliezouden geonweerd hebben
zijzouden geonweerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijonweer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Het gaat vanavond onweren. (There will be thunderstorms tonight.)

Etymology

From onweer + -en.

Additional Information