plagen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of plagen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: plagen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: plagend
Past participle - Verleden deelwoord: geplaagd

Cognates

See the 4 cognates of plagen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikplaag
jijplaagt
hijplaagt
wijplagen
jullieplagen
zijplagen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geplaagd
jijhebt geplaagd
hijheeft geplaagd
wijhebben geplaagd
julliehebben geplaagd
zijhebben geplaagd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikplaagde
jijplaagde
hijplaagde
wijplaagden
jullieplaagden
zijplaagden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geplaagd
jijhad geplaagd
hijhad geplaagd
wijhadden geplaagd
julliehadden geplaagd
zijhadden geplaagd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal plagen
jijzult plagen
hijzal plagen
wijzullen plagen
julliezullen plagen
zijzullen plagen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geplaagd hebben
jijzult geplaagd hebben
hijzal geplaagd hebben
wijzullen geplaagd hebben
julliezullen geplaagd hebben
zijzullen geplaagd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou plagen
jijzou plagen
hijzou plagen
wijzouden plagen
julliezouden plagen
zijzouden plagen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geplaagd hebben
jijzou geplaagd hebben
hijzou geplaagd hebben
wijzouden geplaagd hebben
julliezouden geplaagd hebben
zijzouden geplaagd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijplaag

Translations

  • banter, to tease mildly
  • chaff, to make fun of
  • devil, annoy or bother
  • dog, to follow in an annoying way
  • fun, to tease, kid, poke fun
  • gig, to make fun of
  • needle, to tease in order to provoke
  • skit, poke fun
  • tease, to poke fun at
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    pesten
    stangen, voeren
    hinderen
    kwellen, teisteren

    Sample Sentences

    • [...] anderen kant was het niet te denken, dat de satan de menschelijke gestalte zou aangenomen hebben, alleen om daar een indruk van zijn voet achter te laten. Hij had mij op duizend andere wijzen kunnen plagen, zonder zoo dom te zijn den voetstap te zetten op de andere zijde van het eiland; waar het tienduizend tegen een was, dat ik hem ooit zien zou, en dat nog wel in het zand, waar de eerste golf, bij [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] geplant had, waren nu tot een digt bosch gegroeid, en daarin leefden en nestelden zij, hetgeen mij zeer aangenaam was. Aldus leefde ik zeer tevreden, behalve dat ik steeds door vrees voor de wilden geplaagd werd. Doch het was anders besloten, en het zal hier niet ongepast zijn mijnen Lezers te doen opmerken, hoe dikwijls datgene, wat wij het meest trachten te vermijden en voor ons het vreesselijkst is, [...] (Robinson Crusoe)
    • Op deze reis bezocht ik mijne nieuwe kolonie, zag mijne opvolgers, de Spanjaarden, vernam hunne geheele geschiedenis en die van de achtergelaten kerels; hoe zij eerst de Spanjaards plaagden, daarna vrede maakten, weder twist zochten, dien bijlegden en weder hernieuwden, tot eindelijk de Spanjaarden, tot geweld genoodzaakt, hen aan zich onderwierpen; hoe goed zij door deze behandeld [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch plâgen, from Old Dutch plāgon. See: Old Dutch 'plāgon'.

    Verbs referencing "plagen"

    German, old spelling plagen, English plague, Afrikaans pla, Luxembourgish ploen.

    Additional Information