involveren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of involveren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: involveren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: involverend
Past participle - Verleden deelwoord: geïnvolveerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikinvolveer
jijinvolveert
hijinvolveert
wijinvolveren
jullieinvolveren
zijinvolveren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geïnvolveerd
jijhebt geïnvolveerd
hijheeft geïnvolveerd
wijhebben geïnvolveerd
julliehebben geïnvolveerd
zijhebben geïnvolveerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikinvolveerde
jijinvolveerde
hijinvolveerde
wijinvolveerden
jullieinvolveerden
zijinvolveerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geïnvolveerd
jijhad geïnvolveerd
hijhad geïnvolveerd
wijhadden geïnvolveerd
julliehadden geïnvolveerd
zijhadden geïnvolveerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal involveren
jijzult involveren
hijzal involveren
wijzullen involveren
julliezullen involveren
zijzullen involveren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geïnvolveerd hebben
jijzult geïnvolveerd hebben
hijzal geïnvolveerd hebben
wijzullen geïnvolveerd hebben
julliezullen geïnvolveerd hebben
zijzullen geïnvolveerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou involveren
jijzou involveren
hijzou involveren
wijzouden involveren
julliezouden involveren
zijzouden involveren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geïnvolveerd hebben
jijzou geïnvolveerd hebben
hijzou geïnvolveerd hebben
wijzouden geïnvolveerd hebben
julliezouden geïnvolveerd hebben
zijzouden geïnvolveerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijinvolveer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information