invoeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of invoeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: invoeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: invoerend
Past participle - Verleden deelwoord: ingevoerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvoer in
jijvoert in
hijvoert in
wijvoeren in
jullievoeren in
zijvoeren in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingevoerd
jijhebt ingevoerd
hijheeft ingevoerd
wijhebben ingevoerd
julliehebben ingevoerd
zijhebben ingevoerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvoerde in
jijvoerde in
hijvoerde in
wijvoerden in
jullievoerden in
zijvoerden in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingevoerd
jijhad ingevoerd
hijhad ingevoerd
wijhadden ingevoerd
julliehadden ingevoerd
zijhadden ingevoerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal invoeren
jijzult invoeren
hijzal invoeren
wijzullen invoeren
julliezullen invoeren
zijzullen invoeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingevoerd hebben
jijzult ingevoerd hebben
hijzal ingevoerd hebben
wijzullen ingevoerd hebben
julliezullen ingevoerd hebben
zijzullen ingevoerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou invoeren
jijzou invoeren
hijzou invoeren
wijzouden invoeren
julliezouden invoeren
zijzouden invoeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingevoerd hebben
jijzou ingevoerd hebben
hijzou ingevoerd hebben
wijzouden ingevoerd hebben
julliezouden ingevoerd hebben
zijzouden ingevoerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvoer in

Translations

  • enter, to type into a computer
  • feed, to give to a machine for processing
  • import, to bring in from a foreign country
  • input, to enter data
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    binnenbrengen
    inbrengen

    Sample Sentences

    • De regering wil een nieuwe belastingregel invoeren. (The government wants to introduce a new tax regulation.)
    • Ze voerde een nieuw systeem in voor het beheren van bestanden. (She introduced a new system for managing files.)
    • Kun je de gegevens in de database invoeren? (Can you input the data into the database?)
    • Ik heb alle benodigde informatie al ingevoerd. (I have already input all the necessary information.)
    • Vergeet niet de juiste codes in te voeren voordat je begint. (Don't forget to input the correct codes before you start.)
    • Dit bedrijf voert koffie in uit Colombia. (This company imports coffee from Colombia.)
    • Wegen de kosten van het invoeren van deze goederen op tegen de voordelen? (Do the costs of importing these goods outweigh the benefits?)
    • Ze voert al jaren wijn in voor haar wijnwinkel. (She has been importing wine for her wine shop for years.)

    Etymology

    From Middle Dutch invoeren, invueren, from Old Dutch *infuoren, from Proto-West Germanic *infōrijan, equivalent to in + voeren. Cognate with German Low German inföhren, German einführen, West Frisian ynfiere, Old English infēran (“to enter”). See: German, old spelling 'einführen'.

    Additional Information