Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: invoeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: invoerend
Past participle - Verleden deelwoord: ingevoerd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | voer in |
| jij | voert in |
| hij | voert in |
| wij | voeren in |
| jullie | voeren in |
| zij | voeren in |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb ingevoerd |
| jij | hebt ingevoerd |
| hij | heeft ingevoerd |
| wij | hebben ingevoerd |
| jullie | hebben ingevoerd |
| zij | hebben ingevoerd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | voerde in |
| jij | voerde in |
| hij | voerde in |
| wij | voerden in |
| jullie | voerden in |
| zij | voerden in |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had ingevoerd |
| jij | had ingevoerd |
| hij | had ingevoerd |
| wij | hadden ingevoerd |
| jullie | hadden ingevoerd |
| zij | hadden ingevoerd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal invoeren |
| jij | zult invoeren |
| hij | zal invoeren |
| wij | zullen invoeren |
| jullie | zullen invoeren |
| zij | zullen invoeren |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal ingevoerd hebben |
| jij | zult ingevoerd hebben |
| hij | zal ingevoerd hebben |
| wij | zullen ingevoerd hebben |
| jullie | zullen ingevoerd hebben |
| zij | zullen ingevoerd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou invoeren |
| jij | zou invoeren |
| hij | zou invoeren |
| wij | zouden invoeren |
| jullie | zouden invoeren |
| zij | zouden invoeren |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou ingevoerd hebben |
| jij | zou ingevoerd hebben |
| hij | zou ingevoerd hebben |
| wij | zouden ingevoerd hebben |
| jullie | zouden ingevoerd hebben |
| zij | zouden ingevoerd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'invoeren'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'invoeren'
invoegen,
aanvoeren,
afvoeren,
ijveren,
innoveren,
inroepen,
insmeren,
intoneren,
inviteren,
involveren,
Translations
enter, to type into a computer
feed, to give to a machine for processing
import, to bring in from a foreign country
input, to enter data
Synonyms & Antonyms
Synonyms
- binnenbrengen
- inbrengen
Sample Sentences
-
De regering wil een nieuwe belastingregel invoeren. (The government wants to introduce a new tax regulation.)
-
Ze voerde een nieuw systeem in voor het beheren van bestanden. (She introduced a new system for managing files.)
-
Kun je de gegevens in de database invoeren? (Can you input the data into the database?)
-
Ik heb alle benodigde informatie al ingevoerd. (I have already input all the necessary information.)
-
Vergeet niet de juiste codes in te voeren voordat je begint. (Don't forget to input the correct codes before you start.)
-
Dit bedrijf voert koffie in uit Colombia. (This company imports coffee from Colombia.)
-
Wegen de kosten van het invoeren van deze goederen op tegen de voordelen? (Do the costs of importing these goods outweigh the benefits?)
-
Ze voert al jaren wijn in voor haar wijnwinkel. (She has been importing wine for her wine shop for years.)
Etymology
From Middle Dutch invoeren, invueren, from Old Dutch *infuoren, from Proto-West Germanic *infōrijan, equivalent to in + voeren. Cognate with German Low German inföhren, German einführen, West Frisian ynfiere, Old English infēran (“to enter”). See: German, old spelling '
einführen'.
Additional Information