gewaarworden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gewaarworden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gewaarworden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gewaarwordend
Past participle - Verleden deelwoord: gewaargeworden

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikword gewaar
jijwordt gewaar
hijwordt gewaar
wijworden gewaar
jullieworden gewaar
zijworden gewaar

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gewaargeworden
jijhebt gewaargeworden
hijheeft gewaargeworden
wijhebben gewaargeworden
julliehebben gewaargeworden
zijhebben gewaargeworden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwerd gewaar
jijwerd gewaar
hijwerd gewaar
wijwerden gewaar
julliewerden gewaar
zijwerden gewaar

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gewaargeworden
jijhad gewaargeworden
hijhad gewaargeworden
wijhadden gewaargeworden
julliehadden gewaargeworden
zijhadden gewaargeworden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gewaarworden
jijzult gewaarworden
hijzal gewaarworden
wijzullen gewaarworden
julliezullen gewaarworden
zijzullen gewaarworden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gewaargeworden hebben
jijzult gewaargeworden hebben
hijzal gewaargeworden hebben
wijzullen gewaargeworden hebben
julliezullen gewaargeworden hebben
zijzullen gewaargeworden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gewaarworden
jijzou gewaarworden
hijzou gewaarworden
wijzouden gewaarworden
julliezouden gewaarworden
zijzouden gewaarworden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gewaargeworden hebben
jijzou gewaargeworden hebben
hijzou gewaargeworden hebben
wijzouden gewaargeworden hebben
julliezouden gewaargeworden hebben
zijzouden gewaargeworden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijword gewaar

Verbs conjugated like 'gewaarworden'

gewaarworden, worden,

Translations

  • sense, use biological senses
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bespeuren
    onderscheiden, ontwaren, zien
    merken
    ondervinden, voelen

    Sample Sentences

    Etymology

    From gewaar + worden.

    Additional Information