waarborgen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of waarborgen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: waarborgen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: waarborgend
Past participle - Verleden deelwoord: waarborgd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwaarborg
jijwaarborgt
hijwaarborgt
wijwaarborgen
julliewaarborgen
zijwaarborgen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb waarborgd
jijhebt waarborgd
hijheeft waarborgd
wijhebben waarborgd
julliehebben waarborgd
zijhebben waarborgd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwaarborgde
jijwaarborgde
hijwaarborgde
wijwaarborgden
julliewaarborgden
zijwaarborgden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad waarborgd
jijhad waarborgd
hijhad waarborgd
wijhadden waarborgd
julliehadden waarborgd
zijhadden waarborgd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal waarborgen
jijzult waarborgen
hijzal waarborgen
wijzullen waarborgen
julliezullen waarborgen
zijzullen waarborgen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal waarborgd hebben
jijzult waarborgd hebben
hijzal waarborgd hebben
wijzullen waarborgd hebben
julliezullen waarborgd hebben
zijzullen waarborgd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou waarborgen
jijzou waarborgen
hijzou waarborgen
wijzouden waarborgen
julliezouden waarborgen
zijzouden waarborgen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou waarborgd hebben
jijzou waarborgd hebben
hijzou waarborgd hebben
wijzouden waarborgd hebben
julliezouden waarborgd hebben
zijzouden waarborgd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwaarborg

Translations

  • insure, to ensure
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    garanderen
    verzekeren

    Sample Sentences

    • [...] stierf den volgenden dag na mijne ontdekking, en ik vond het veel gemakkelijker hem daarin een graf te delven dan hem er uit te slepen, dus begroef ik hem daar, om mijn neus voor den stank te waarborgen. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From waar (“care, attention”) + borgen (“to secure”).

    Additional Information