ontwaren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontwaren

The word "ontwaren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontwaren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontwarend
Past participle - Verleden deelwoord: ontwaard

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontwaar
jijontwaart
hijontwaart
wijontwaren
jullieontwaren
zijontwaren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontwaard
jijhebt ontwaard
hijheeft ontwaard
wijhebben ontwaard
julliehebben ontwaard
zijhebben ontwaard

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontwaarde
jijontwaarde
hijontwaarde
wijontwaarden
jullieontwaarden
zijontwaarden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontwaard
jijhad ontwaard
hijhad ontwaard
wijhadden ontwaard
julliehadden ontwaard
zijhadden ontwaard

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontwaren
jijzult ontwaren
hijzal ontwaren
wijzullen ontwaren
julliezullen ontwaren
zijzullen ontwaren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontwaard hebben
jijzult ontwaard hebben
hijzal ontwaard hebben
wijzullen ontwaard hebben
julliezullen ontwaard hebben
zijzullen ontwaard hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontwaren
jijzou ontwaren
hijzou ontwaren
wijzouden ontwaren
julliezouden ontwaren
zijzouden ontwaren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontwaard hebben
jijzou ontwaard hebben
hijzou ontwaard hebben
wijzouden ontwaard hebben
julliezouden ontwaard hebben
zijzouden ontwaard hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontwaar

Verbs similar to 'ontwaren'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From ont- + waren.

Additional Information