exciteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of exciteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: exciteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: exciterend
Past participle - Verleden deelwoord: geëxciteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikexciteer
jijexciteert
hijexciteert
wijexciteren
jullieexciteren
zijexciteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geëxciteerd
jijhebt geëxciteerd
hijheeft geëxciteerd
wijhebben geëxciteerd
julliehebben geëxciteerd
zijhebben geëxciteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikexciteerde
jijexciteerde
hijexciteerde
wijexciteerden
jullieexciteerden
zijexciteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geëxciteerd
jijhad geëxciteerd
hijhad geëxciteerd
wijhadden geëxciteerd
julliehadden geëxciteerd
zijhadden geëxciteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal exciteren
jijzult exciteren
hijzal exciteren
wijzullen exciteren
julliezullen exciteren
zijzullen exciteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geëxciteerd hebben
jijzult geëxciteerd hebben
hijzal geëxciteerd hebben
wijzullen geëxciteerd hebben
julliezullen geëxciteerd hebben
zijzullen geëxciteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou exciteren
jijzou exciteren
hijzou exciteren
wijzouden exciteren
julliezouden exciteren
zijzouden exciteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geëxciteerd hebben
jijzou geëxciteerd hebben
hijzou geëxciteerd hebben
wijzouden geëxciteerd hebben
julliezouden geëxciteerd hebben
zijzouden geëxciteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijexciteer

Translations

  • excite, to cause an electron to move to a higher than normal state
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French exciter. See: French 'exciter'.

    Additional Information