exalteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of exalteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: exalteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: exalterend
Past participle - Verleden deelwoord: geëxalteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikexalteer
jijexalteert
hijexalteert
wijexalteren
jullieexalteren
zijexalteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geëxalteerd
jijhebt geëxalteerd
hijheeft geëxalteerd
wijhebben geëxalteerd
julliehebben geëxalteerd
zijhebben geëxalteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikexalteerde
jijexalteerde
hijexalteerde
wijexalteerden
jullieexalteerden
zijexalteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geëxalteerd
jijhad geëxalteerd
hijhad geëxalteerd
wijhadden geëxalteerd
julliehadden geëxalteerd
zijhadden geëxalteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal exalteren
jijzult exalteren
hijzal exalteren
wijzullen exalteren
julliezullen exalteren
zijzullen exalteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geëxalteerd hebben
jijzult geëxalteerd hebben
hijzal geëxalteerd hebben
wijzullen geëxalteerd hebben
julliezullen geëxalteerd hebben
zijzullen geëxalteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou exalteren
jijzou exalteren
hijzou exalteren
wijzouden exalteren
julliezouden exalteren
zijzouden exalteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geëxalteerd hebben
jijzou geëxalteerd hebben
hijzou geëxalteerd hebben
wijzouden geëxalteerd hebben
julliezouden geëxalteerd hebben
zijzouden geëxalteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijexalteer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information