binnenvallen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of binnenvallen

The word "binnenvallen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: binnenvallen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: binnenvallend
Past participle - Verleden deelwoord: gebinnenvald

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbinnenval
jijbinnenvalt
hijbinnenvalt
wijbinnenvallen
julliebinnenvallen
zijbinnenvallen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebinnenvald
jijhebt gebinnenvald
hijheeft gebinnenvald
wijhebben gebinnenvald
julliehebben gebinnenvald
zijhebben gebinnenvald

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbinnenvalde
jijbinnenvalde
hijbinnenvalde
wijbinnenvalden
julliebinnenvalden
zijbinnenvalden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebinnenvald
jijhad gebinnenvald
hijhad gebinnenvald
wijhadden gebinnenvald
julliehadden gebinnenvald
zijhadden gebinnenvald

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal binnenvallen
jijzult binnenvallen
hijzal binnenvallen
wijzullen binnenvallen
julliezullen binnenvallen
zijzullen binnenvallen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebinnenvald hebben
jijzult gebinnenvald hebben
hijzal gebinnenvald hebben
wijzullen gebinnenvald hebben
julliezullen gebinnenvald hebben
zijzullen gebinnenvald hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou binnenvallen
jijzou binnenvallen
hijzou binnenvallen
wijzouden binnenvallen
julliezouden binnenvallen
zijzouden binnenvallen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebinnenvald hebben
jijzou gebinnenvald hebben
hijzou gebinnenvald hebben
wijzouden gebinnenvald hebben
julliezouden gebinnenvald hebben
zijzouden gebinnenvald hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbinnenval

Verbs similar to 'binnenvallen'

Translations

  • crash, slang: to turn up without having been invited
  • invade, to enter by force in order to conquer
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Om zijn gezag meer prestige te geven viel hij Kastilië binnen. (In order to give his authority more prestige, he invaded Castile.)

    Etymology

    From Middle Dutch binnenvallen. Equivalent to binnen + vallen.

    Additional Information