ontkleden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontkleden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontkleden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontkledend
Past participle - Verleden deelwoord: ontkleed

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontkleed
jijontkleedt
hijontkleedt
wijontkleden
jullieontkleden
zijontkleden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontkleed
jijhebt ontkleed
hijheeft ontkleed
wijhebben ontkleed
julliehebben ontkleed
zijhebben ontkleed

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontkleedde
jijontkleedde
hijontkleedde
wijontkleedden
jullieontkleedden
zijontkleedden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontkleed
jijhad ontkleed
hijhad ontkleed
wijhadden ontkleed
julliehadden ontkleed
zijhadden ontkleed

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontkleden
jijzult ontkleden
hijzal ontkleden
wijzullen ontkleden
julliezullen ontkleden
zijzullen ontkleden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontkleed hebben
jijzult ontkleed hebben
hijzal ontkleed hebben
wijzullen ontkleed hebben
julliezullen ontkleed hebben
zijzullen ontkleed hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontkleden
jijzou ontkleden
hijzou ontkleden
wijzouden ontkleden
julliezouden ontkleden
zijzouden ontkleden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontkleed hebben
jijzou ontkleed hebben
hijzou ontkleed hebben
wijzouden ontkleed hebben
julliezouden ontkleed hebben
zijzouden ontkleed hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontkleed

Translations

  • disrobe, undress someone or something
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] en alle gezelschap beroofd te zijn, gelijk thans het geval was. Deze gedachte perste mij de tranen uit de oogen, maar deze baatten mij weinig, en ik besloot zoo mogelijk het schip te bereiken. Ik ontkleedde mij, want het was smoor heet, en ging te water; maar toen ik het schip bereikte, wist ik niet hoe ik aan boord zou komen. Het lag hoog en droog, en ik zag niets dat ik grijpen kon. Twee maal zwom ik [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From ont- (“un-, dis-”) + kleden (“to dress”).

    Additional Information