Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: bemoedigen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bemoedigend
Past participle - Verleden deelwoord: bemoedigd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | bemoedig |
| jij | bemoedigt |
| hij | bemoedigt |
| wij | bemoedigen |
| jullie | bemoedigen |
| zij | bemoedigen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb bemoedigd |
| jij | hebt bemoedigd |
| hij | heeft bemoedigd |
| wij | hebben bemoedigd |
| jullie | hebben bemoedigd |
| zij | hebben bemoedigd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | bemoedigde |
| jij | bemoedigde |
| hij | bemoedigde |
| wij | bemoedigden |
| jullie | bemoedigden |
| zij | bemoedigden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had bemoedigd |
| jij | had bemoedigd |
| hij | had bemoedigd |
| wij | hadden bemoedigd |
| jullie | hadden bemoedigd |
| zij | hadden bemoedigd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal bemoedigen |
| jij | zult bemoedigen |
| hij | zal bemoedigen |
| wij | zullen bemoedigen |
| jullie | zullen bemoedigen |
| zij | zullen bemoedigen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal bemoedigd hebben |
| jij | zult bemoedigd hebben |
| hij | zal bemoedigd hebben |
| wij | zullen bemoedigd hebben |
| jullie | zullen bemoedigd hebben |
| zij | zullen bemoedigd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou bemoedigen |
| jij | zou bemoedigen |
| hij | zou bemoedigen |
| wij | zouden bemoedigen |
| jullie | zouden bemoedigen |
| zij | zouden bemoedigen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou bemoedigd hebben |
| jij | zou bemoedigd hebben |
| hij | zou bemoedigd hebben |
| wij | zouden bemoedigd hebben |
| jullie | zouden bemoedigd hebben |
| zij | zouden bemoedigd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'bemoedigen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'bemoedigen'
beledigen,
bemoederen,
bemoeien,
bespoedigen,
bevredigen,
deemoedigen,
aanmoedigen,
bedreigen,
beëindigen,
behoeden,
Translations
empower, to give confidence and/or strength to
encourage, mentally support or motivate
hearten, to give heart to, to encourage
Sample Sentences
-
[...] en van al de genoegens der wereld, en mij het gebrek aan menschelijken omgang vergoedde door zijne tegenwoordigheid, en de uitstorting zijner genade op mijne ziel, mij steunende, troostende en bemoedigende door op zijne Voorzienigheid hier, en op zijn eeuwig bijzijn hier namaals te hopen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] " Roep Mij aan in den dag der benaauwing, en Ik zal u verlossen en gij zult Mij verheerlijken. " Hierop stapte ik welgemoed ten bedde uit; niet alleen was mijn hart gesterkt, maar ik was geleid en bemoedigd om God ernstig om verlossing te smeeken. Het is onmogelijk te zeggen, welk eene gerustheid dit mij verschafte, en ik was niet meer neêrslagtig, althans te dier tijd niet.
(Robinson Crusoe)
-
[...] het digte bosch voor mijne vesting zwierf om zich daarin te verbergen; en dat ik, ziende dat hij alleen was, en niet bemerkende, dat de anderen hem dien kant uit zochten, mij aan hem vertoonde, met bemoedigende gebaren; dat hij voor mij knielde, en mij om bijstand scheen te smeeken, waarop ik hem mijne ladder wees, hem die deed opstijgen, en hem in mijn kelder bragt, waar hij mijn knecht werd, en zoodra ik [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From moed + be- -igen.
Additional Information