adoniseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of adoniseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: adoniseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: adoniserend
Past participle - Verleden deelwoord: geadoniseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikadoniseer
jijadoniseert
hijadoniseert
wijadoniseren
jullieadoniseren
zijadoniseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geadoniseerd
jijhebt geadoniseerd
hijheeft geadoniseerd
wijhebben geadoniseerd
julliehebben geadoniseerd
zijhebben geadoniseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikadoniseerde
jijadoniseerde
hijadoniseerde
wijadoniseerden
jullieadoniseerden
zijadoniseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geadoniseerd
jijhad geadoniseerd
hijhad geadoniseerd
wijhadden geadoniseerd
julliehadden geadoniseerd
zijhadden geadoniseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal adoniseren
jijzult adoniseren
hijzal adoniseren
wijzullen adoniseren
julliezullen adoniseren
zijzullen adoniseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geadoniseerd hebben
jijzult geadoniseerd hebben
hijzal geadoniseerd hebben
wijzullen geadoniseerd hebben
julliezullen geadoniseerd hebben
zijzullen geadoniseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou adoniseren
jijzou adoniseren
hijzou adoniseren
wijzouden adoniseren
julliezouden adoniseren
zijzouden adoniseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geadoniseerd hebben
jijzou geadoniseerd hebben
hijzou geadoniseerd hebben
wijzouden geadoniseerd hebben
julliezouden geadoniseerd hebben
zijzouden geadoniseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijadoniseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Adonis + -iseren.

Additional Information