atomiseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of atomiseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: atomiseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: atomiserend
Past participle - Verleden deelwoord: geatomiseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikatomiseer
jijatomiseert
hijatomiseert
wijatomiseren
jullieatomiseren
zijatomiseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geatomiseerd
jijhebt geatomiseerd
hijheeft geatomiseerd
wijhebben geatomiseerd
julliehebben geatomiseerd
zijhebben geatomiseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikatomiseerde
jijatomiseerde
hijatomiseerde
wijatomiseerden
jullieatomiseerden
zijatomiseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geatomiseerd
jijhad geatomiseerd
hijhad geatomiseerd
wijhadden geatomiseerd
julliehadden geatomiseerd
zijhadden geatomiseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal atomiseren
jijzult atomiseren
hijzal atomiseren
wijzullen atomiseren
julliezullen atomiseren
zijzullen atomiseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geatomiseerd hebben
jijzult geatomiseerd hebben
hijzal geatomiseerd hebben
wijzullen geatomiseerd hebben
julliezullen geatomiseerd hebben
zijzullen geatomiseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou atomiseren
jijzou atomiseren
hijzou atomiseren
wijzouden atomiseren
julliezouden atomiseren
zijzouden atomiseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geatomiseerd hebben
jijzou geatomiseerd hebben
hijzou geatomiseerd hebben
wijzouden geatomiseerd hebben
julliezouden geatomiseerd hebben
zijzouden geatomiseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijatomiseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information