verteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verterend
Past participle - Verleden deelwoord: verteerd

Cognates

See the 2 cognates of verteren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverteer
jijverteert
hijverteert
wijverteren
jullieverteren
zijverteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verteerd
jijhebt verteerd
hijheeft verteerd
wijhebben verteerd
julliehebben verteerd
zijhebben verteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverteerde
jijverteerde
hijverteerde
wijverteerden
jullieverteerden
zijverteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verteerd
jijhad verteerd
hijhad verteerd
wijhadden verteerd
julliehadden verteerd
zijhadden verteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verteren
jijzult verteren
hijzal verteren
wijzullen verteren
julliezullen verteren
zijzullen verteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verteerd hebben
jijzult verteerd hebben
hijzal verteerd hebben
wijzullen verteerd hebben
julliezullen verteerd hebben
zijzullen verteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verteren
jijzou verteren
hijzou verteren
wijzouden verteren
julliezouden verteren
zijzouden verteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verteerd hebben
jijzou verteerd hebben
hijzou verteerd hebben
wijzouden verteerd hebben
julliezouden verteerd hebben
zijzouden verteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverteer

Translations

  • absorb, to learn
  • consume, occupy thoughts
  • consume, destroy completely
  • digest, to separate food in the alimentary canal
  • digest, to undergo digestion
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    opeten
    opmaken, verkwisten
    opmaken
    opeten, opgebruiken, verbruiken
    opteren
    opmaken
    pruimen
    lusten, uitstaan
    uitgeven
    besteden, spenderen
    verbruiken
    consumeren, opmaken
    vergaan
    verrotten

    Antonyms

    uitgeven
    sparen, bewaren, opsparen

    Sample Sentences

    • [...] dagelijksche slavernij om zijn brood te verdienen, noch tot zulke ingewikkelde zaken, die de ziel van haren vrede, het ligchaam van zijne rust berooven; verwijderd van de knagingen der afgunst, niet verteerd door bedekte eerzucht; aldus wandelt men welgemoed het leven door, smaakt de zuiverste geneugten des levens, gevoelt zijn geluk en leert dagelijks zijn lot meer naar waarde schatten. " Hierop drong [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] schip waren opgenomen; en dit was niet waarschijnlijk, want ik zag daar niet het minste blijk van. Het is mij volstrekt onmogelijk met woorden uit te drukken, welk een vurig verlangen mijne ziel verteerde bij het zien van het wrak, en hoe dikwijls ik uitriep: " O, waren er slechts twee, slechts ééne ziel gered, die mij gevonden had, zoo dat ik een makker, een natuurgenoot had, tot wien ik spreken en [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] eens door eene zeer natuurlijke en eenvoudige vraag zoodanig in de engte, dat ik naauwelijks wist wat ik hem zeggen zou. Ik had hem veel gezegd van Gods almagt, zijne afkeer van zonde, hoe hij een verterend vuur was voor de werkers van ongeregtigheid; hoe Hij, die ons allen geschapen had, ons en de geheele wereld door zijn wil vernietigen kon, en al dien tijd had hij met de grootste aandacht naar mij [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From ver- + teren.

    Verbs referencing "verteren"

    German, old spelling verzehren, English fortear.

    Additional Information