Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: verteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verterend
Past participle - Verleden deelwoord: verteerd
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | verteer |
| jij | verteert |
| hij | verteert |
| wij | verteren |
| jullie | verteren |
| zij | verteren |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb verteerd |
| jij | hebt verteerd |
| hij | heeft verteerd |
| wij | hebben verteerd |
| jullie | hebben verteerd |
| zij | hebben verteerd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | verteerde |
| jij | verteerde |
| hij | verteerde |
| wij | verteerden |
| jullie | verteerden |
| zij | verteerden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had verteerd |
| jij | had verteerd |
| hij | had verteerd |
| wij | hadden verteerd |
| jullie | hadden verteerd |
| zij | hadden verteerd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal verteren |
| jij | zult verteren |
| hij | zal verteren |
| wij | zullen verteren |
| jullie | zullen verteren |
| zij | zullen verteren |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal verteerd hebben |
| jij | zult verteerd hebben |
| hij | zal verteerd hebben |
| wij | zullen verteerd hebben |
| jullie | zullen verteerd hebben |
| zij | zullen verteerd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou verteren |
| jij | zou verteren |
| hij | zou verteren |
| wij | zouden verteren |
| jullie | zouden verteren |
| zij | zouden verteren |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou verteerd hebben |
| jij | zou verteerd hebben |
| hij | zou verteerd hebben |
| wij | zouden verteerd hebben |
| jullie | zouden verteerd hebben |
| zij | zouden verteerd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'verteren'
aanberen,
aanhalen,
aanhelen,
aanhogen,
aanklagen,
aanleren,
aanmarcheren,
aanmeren,
aanrazeren,
aanschemeren,
aansmeren,
aanspelen,
aanspugen,
aantelen,
aanvegen,
aanzagen,
abandonneren,
abdiceren,
abdiqueren,
abduceren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'verteren'
vereren,
verkeren,
verleren,
verweren,
veteren,
adverteren,
beroeren,
beteren,
centeren,
diverteren,
Translations
absorb, to learn
consume, occupy thoughts
consume, destroy completely
digest, to separate food in the alimentary canal
digest, to undergo digestion
Sample Sentences
-
[...] dagelijksche slavernij om zijn brood te verdienen, noch tot zulke ingewikkelde zaken, die de ziel van haren vrede, het ligchaam van zijne rust berooven; verwijderd van de knagingen der afgunst, niet verteerd door bedekte eerzucht; aldus wandelt men welgemoed het leven door, smaakt de zuiverste geneugten des levens, gevoelt zijn geluk en leert dagelijks zijn lot meer naar waarde schatten. " Hierop drong [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] schip waren opgenomen; en dit was niet waarschijnlijk, want ik zag daar niet het minste blijk van. Het is mij volstrekt onmogelijk met woorden uit te drukken, welk een vurig verlangen mijne ziel verteerde bij het zien van het wrak, en hoe dikwijls ik uitriep: " O, waren er slechts twee, slechts ééne ziel gered, die mij gevonden had, zoo dat ik een makker, een natuurgenoot had, tot wien ik spreken en [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] eens door eene zeer natuurlijke en eenvoudige vraag zoodanig in de engte, dat ik naauwelijks wist wat ik hem zeggen zou. Ik had hem veel gezegd van Gods almagt, zijne afkeer van zonde, hoe hij een verterend vuur was voor de werkers van ongeregtigheid; hoe Hij, die ons allen geschapen had, ons en de geheele wereld door zijn wil vernietigen kon, en al dien tijd had hij met de grootste aandacht naar mij [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From ver- + teren.
Verbs referencing "verteren"
German, old spelling
verzehren, English
fortear.
Additional Information