opgebruiken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opgebruiken

The word "opgebruiken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opgebruiken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opgebruikend
Past participle - Verleden deelwoord: opgebruikt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgebruik op
jijgebruikt op
hijgebruikt op
wijgebruiken op
julliegebruiken op
zijgebruiken op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgebruikt
jijhebt opgebruikt
hijheeft opgebruikt
wijhebben opgebruikt
julliehebben opgebruikt
zijhebben opgebruikt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgebruikte op
jijgebruikte op
hijgebruikte op
wijgebruikten op
julliegebruikten op
zijgebruikten op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgebruikt
jijhad opgebruikt
hijhad opgebruikt
wijhadden opgebruikt
julliehadden opgebruikt
zijhadden opgebruikt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opgebruiken
jijzult opgebruiken
hijzal opgebruiken
wijzullen opgebruiken
julliezullen opgebruiken
zijzullen opgebruiken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgebruikt hebben
jijzult opgebruikt hebben
hijzal opgebruikt hebben
wijzullen opgebruikt hebben
julliezullen opgebruikt hebben
zijzullen opgebruikt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opgebruiken
jijzou opgebruiken
hijzou opgebruiken
wijzouden opgebruiken
julliezouden opgebruiken
zijzouden opgebruiken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgebruikt hebben
jijzou opgebruikt hebben
hijzou opgebruikt hebben
wijzouden opgebruikt hebben
julliezouden opgebruikt hebben
zijzouden opgebruikt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgebruik op

Verbs similar to 'opgebruiken'

Translations

  • absorb, to consume completely
  • plunder, to use or use up wrongfully
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From op + gebruiken.

    Additional Information