opeten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opeten

The word "opeten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opeten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opetend
Past participle - Verleden deelwoord: opgeeët

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikeet op
jijeet op
hijeet op
wijeten op
jullieeten op
zijeten op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgeeët
jijhebt opgeeët
hijheeft opgeeët
wijhebben opgeeët
julliehebben opgeeët
zijhebben opgeeët

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikeette op
jijeette op
hijeette op
wijeetten op
jullieeetten op
zijeetten op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgeeët
jijhad opgeeët
hijhad opgeeët
wijhadden opgeeët
julliehadden opgeeët
zijhadden opgeeët

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opeten
jijzult opeten
hijzal opeten
wijzullen opeten
julliezullen opeten
zijzullen opeten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgeeët hebben
jijzult opgeeët hebben
hijzal opgeeët hebben
wijzullen opgeeët hebben
julliezullen opgeeët hebben
zijzullen opgeeët hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opeten
jijzou opeten
hijzou opeten
wijzouden opeten
julliezouden opeten
zijzouden opeten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgeeët hebben
jijzou opgeeët hebben
hijzou opgeeët hebben
wijzouden opgeeët hebben
julliezouden opgeeët hebben
zijzouden opgeeët hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijeet op

Verbs conjugated like 'opeten'

aanpraten, baten, begroten, bepraten, haten, ompraten, praten, vergroten, zweten,

Verbs similar to 'opeten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch opēten. Equivalent to op (“up”) + eten (“eat”).

Verbs referencing "opeten"

Afrikaans opeet.

Additional Information