verhouden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verhouden

The word "verhouden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verhouden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verhoudend
Past participle - Verleden deelwoord: verhoud

Cognates

See the 3 cognates of verhouden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverhoud
jijverhoudt
hijverhoudt
wijverhouden
jullieverhouden
zijverhouden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verhoud
jijhebt verhoud
hijheeft verhoud
wijhebben verhoud
julliehebben verhoud
zijhebben verhoud

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverhoudde
jijverhoudde
hijverhoudde
wijverhoudden
jullieverhoudden
zijverhoudden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verhoud
jijhad verhoud
hijhad verhoud
wijhadden verhoud
julliehadden verhoud
zijhadden verhoud

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verhouden
jijzult verhouden
hijzal verhouden
wijzullen verhouden
julliezullen verhouden
zijzullen verhouden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verhoud hebben
jijzult verhoud hebben
hijzal verhoud hebben
wijzullen verhoud hebben
julliezullen verhoud hebben
zijzullen verhoud hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verhouden
jijzou verhouden
hijzou verhouden
wijzouden verhouden
julliezouden verhouden
zijzouden verhouden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verhoud hebben
jijzou verhoud hebben
hijzou verhoud hebben
wijzouden verhoud hebben
julliezouden verhoud hebben
zijzouden verhoud hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverhoud

Verbs similar to 'verhouden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From ver- + houden.

Verbs referencing "verhouden"

German, old spelling verhalten, English forhold.

Additional Information