raffineren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of raffineren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: raffineren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: raffinerend
Past participle - Verleden deelwoord: geraffineerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikraffineer
jijraffineert
hijraffineert
wijraffineren
jullieraffineren
zijraffineren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geraffineerd
jijhebt geraffineerd
hijheeft geraffineerd
wijhebben geraffineerd
julliehebben geraffineerd
zijhebben geraffineerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikraffineerde
jijraffineerde
hijraffineerde
wijraffineerden
jullieraffineerden
zijraffineerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geraffineerd
jijhad geraffineerd
hijhad geraffineerd
wijhadden geraffineerd
julliehadden geraffineerd
zijhadden geraffineerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal raffineren
jijzult raffineren
hijzal raffineren
wijzullen raffineren
julliezullen raffineren
zijzullen raffineren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geraffineerd hebben
jijzult geraffineerd hebben
hijzal geraffineerd hebben
wijzullen geraffineerd hebben
julliezullen geraffineerd hebben
zijzullen geraffineerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou raffineren
jijzou raffineren
hijzou raffineren
wijzouden raffineren
julliezouden raffineren
zijzouden raffineren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geraffineerd hebben
jijzou geraffineerd hebben
hijzou geraffineerd hebben
wijzouden geraffineerd hebben
julliezouden geraffineerd hebben
zijzouden geraffineerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijraffineer

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

zuiveren
filtreren, veredelen

Sample Sentences

Etymology

Additional Information