opgaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opgaan

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opgaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opgaand
Past participle - Verleden deelwoord: opgegaan

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikga op
jijgaat op
hijgaat op
wijgaan op
julliegaan op
zijgaan op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben opgegaan
jijbent opgegaan
hijis opgegaan
wijzijn opgegaan
julliezijn opgegaan
zijzijn opgegaan

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikging op
jijging op
hijging op
wijgingen op
julliegingen op
zijgingen op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas opgegaan
jijwas opgegaan
hijwas opgegaan
wijwaren opgegaan
julliewaren opgegaan
zijwaren opgegaan

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opgaan
jijzult opgaan
hijzal opgaan
wijzullen opgaan
julliezullen opgaan
zijzullen opgaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgegaan zijn
jijzult opgegaan zijn
hijzal opgegaan zijn
wijzullen opgegaan zijn
julliezullen opgegaan zijn
zijzullen opgegaan zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opgaan
jijzou opgaan
hijzou opgaan
wijzouden opgaan
julliezouden opgaan
zijzouden opgaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgegaan zijn
jijzou opgegaan zijn
hijzou opgegaan zijn
wijzouden opgegaan zijn
julliezouden opgegaan zijn
zijzouden opgegaan zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijga op

Verbs conjugated like 'opgaan'

aangaan, achtergaan, achternagaan, achteruitgaan, afgaan, begaan, doorgaan, gaan, heengaan, ingaan, nagaan, omgaan, ondergaan, ontgaan, opgaan, overgaan, rondgaan, toegaan, uitgaan, vergaan, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'opgaan'

omgaan, afgaan, begaan, gaan, ingaan, nagaan, ontgaan, opslaan, opstaan, toegaan,

Translations

  • ascend, to fly, to soar
  • immerse, to involve deeply
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    rijzen
    stijgen
    kloppen
    kunnen

    Sample Sentences

    • [...] een paar kijkers gevonden, maar geen daarvan bij mij, en het voorwerp was zoo ver af, dat ik niet wist wat ik er van maken zou, schoon ik er mij half blind op tuurde. Toen ik den heuvel opging verloor ik het voorwerp uit het gezigt, en gaf het dus op, maar besloot nimmer weder uit te gaan zonder een kijker bij mij. Toen ik den heuvel af, en op de westzijde van het eiland was gekomen, waar [...] (Robinson Crusoe)
    • Ik trachtte Vrijdag omtrent deze bedriegerijen in te lichten, en zeide hem, dat het voorgeven hunner oude lieden, dat zij den berg opgingen, om hunnen God Benamoekie aan te roepen, bedriegerij was, zoo wel als, dat zij vandaar komende, verhaalden wat hij hun gezegd had; dat, zoo zij daar iemand ontmoetten, of iemand tot hen sprak, dit [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch opgaen, from Old Dutch upgān. Equivalent to op + gaan.

    Verbs referencing "opgaan"

    Afrikaans opgaan, German, old spelling aufgehen.

    Additional Information