Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: kruipen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kruipend
Past participle - Verleden deelwoord: gekropen
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | kruip |
| jij | kruipt |
| hij | kruipt |
| wij | kruipen |
| jullie | kruipen |
| zij | kruipen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gekropen |
| jij | hebt gekropen |
| hij | heeft gekropen |
| wij | hebben gekropen |
| jullie | hebben gekropen |
| zij | hebben gekropen |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | kroop |
| jij | kroop |
| hij | kroop |
| wij | kropen |
| jullie | kropen |
| zij | kropen |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gekropen |
| jij | had gekropen |
| hij | had gekropen |
| wij | hadden gekropen |
| jullie | hadden gekropen |
| zij | hadden gekropen |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal kruipen |
| jij | zult kruipen |
| hij | zal kruipen |
| wij | zullen kruipen |
| jullie | zullen kruipen |
| zij | zullen kruipen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gekropen hebben |
| jij | zult gekropen hebben |
| hij | zal gekropen hebben |
| wij | zullen gekropen hebben |
| jullie | zullen gekropen hebben |
| zij | zullen gekropen hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou kruipen |
| jij | zou kruipen |
| hij | zou kruipen |
| wij | zouden kruipen |
| jullie | zouden kruipen |
| zij | zouden kruipen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gekropen hebben |
| jij | zou gekropen hebben |
| hij | zou gekropen hebben |
| wij | zouden gekropen hebben |
| jullie | zouden gekropen hebben |
| zij | zouden gekropen hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'kruipen'
afbuigen,
afduiken,
buigen,
druipen,
duiken,
fluiten,
kruipen,
luiken,
onderduiken,
ontluiken,
ruiken,
sluipen,
zuigen,
zuipen,
Verbs similar to 'kruipen'
druipen,
kruiden,
kruien,
kruiken,
kruisen,
kruiven,
bruisen,
druilen,
kluiven,
krimpen,
Translations
crawl, to move along the ground
creep, to grow across a surface rather than upwards
creep, to move slowly and quietly in a particular direction
grovel, to crawl
grovel, to be slavishly nice in the hope of securing something
Sample Sentences
-
[...] daar de natuur dit alleen, zonder hulp van menschenhanden gedaan had. Ik bemerkte ook, dat er aarde op eene plaats was, die dieper inliep, maar zoo laag, dat ik er op handen en voeten in moest kruipen. Daar ik nu geen kaars bij mij had, stelde ik dit uit, maar besloot den volgenden dag met kaarsen en een tinteldoos terug te komen. Mijn tinteldoos had ik van het slot van een oud geweer gemaakt.
(Robinson Crusoe)
-
[...] zes kaarsen van mijn eigen maaksel, want ik maakte thans zeer goede kaarsen van geitenvet; en de grot ingaande, was ik, gelijk ik zeide, genoodzaakt ongeveer tien ellen op handen en voeten voort te kruipen, hetgeen, naar mij dacht, al een groot waagstuk was, daar ik niet wist hoe ver zij liep, of waar ik zou uitkomen. Na deze engte doorgegaan te zijn, verhief het gewelf zich ongeveer tot twintig voet; [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] te beter de overmagt op hen te hebben, liet ik mijne hinderlaag naderbij rukken, en gelastte Vrijdag en den kapitein op handen en voeten, en zoo digt langs den grond als zij konden, naar hen toe te kruipen en hen zoo digt mogelijk te naderen, alvorens zij vuur gaven.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch crupen, from Old Dutch *crūpan, from Proto-West Germanic *kreupan, from Proto-Germanic *kreupaną. See: Middle Dutch '
crupen', Proto-Germanic '
*kreupaną'.
Verbs referencing "kruipen"
English
creep, Swedish
krypa, Icelandic
krjúpa, Afrikaans
kruip, Danish
krybe, Low Saxon krupen, Low Saxon krepen.
Additional Information