kruipen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kruipen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kruipen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kruipend
Past participle - Verleden deelwoord: gekropen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkruip
jijkruipt
hijkruipt
wijkruipen
julliekruipen
zijkruipen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekropen
jijhebt gekropen
hijheeft gekropen
wijhebben gekropen
julliehebben gekropen
zijhebben gekropen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkroop
jijkroop
hijkroop
wijkropen
julliekropen
zijkropen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekropen
jijhad gekropen
hijhad gekropen
wijhadden gekropen
julliehadden gekropen
zijhadden gekropen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kruipen
jijzult kruipen
hijzal kruipen
wijzullen kruipen
julliezullen kruipen
zijzullen kruipen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekropen hebben
jijzult gekropen hebben
hijzal gekropen hebben
wijzullen gekropen hebben
julliezullen gekropen hebben
zijzullen gekropen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kruipen
jijzou kruipen
hijzou kruipen
wijzouden kruipen
julliezouden kruipen
zijzouden kruipen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekropen hebben
jijzou gekropen hebben
hijzou gekropen hebben
wijzouden gekropen hebben
julliezouden gekropen hebben
zijzouden gekropen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkruip

Translations

  • crawl, to move along the ground
  • creep, to grow across a surface rather than upwards
  • creep, to move slowly and quietly in a particular direction
  • grovel, to crawl
  • grovel, to be slavishly nice in the hope of securing something
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    klauteren
    klimmen, krabbelen, lopen
    sluipen
    glijden, glippen

    Sample Sentences

    • [...] daar de natuur dit alleen, zonder hulp van menschenhanden gedaan had. Ik bemerkte ook, dat er aarde op eene plaats was, die dieper inliep, maar zoo laag, dat ik er op handen en voeten in moest kruipen. Daar ik nu geen kaars bij mij had, stelde ik dit uit, maar besloot den volgenden dag met kaarsen en een tinteldoos terug te komen. Mijn tinteldoos had ik van het slot van een oud geweer gemaakt. (Robinson Crusoe)
    • [...] zes kaarsen van mijn eigen maaksel, want ik maakte thans zeer goede kaarsen van geitenvet; en de grot ingaande, was ik, gelijk ik zeide, genoodzaakt ongeveer tien ellen op handen en voeten voort te kruipen, hetgeen, naar mij dacht, al een groot waagstuk was, daar ik niet wist hoe ver zij liep, of waar ik zou uitkomen. Na deze engte doorgegaan te zijn, verhief het gewelf zich ongeveer tot twintig voet; [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] te beter de overmagt op hen te hebben, liet ik mijne hinderlaag naderbij rukken, en gelastte Vrijdag en den kapitein op handen en voeten, en zoo digt langs den grond als zij konden, naar hen toe te kruipen en hen zoo digt mogelijk te naderen, alvorens zij vuur gaven. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch crupen, from Old Dutch *crūpan, from Proto-West Germanic *kreupan, from Proto-Germanic *kreupaną. See: Middle Dutch 'crupen', Proto-Germanic '*kreupaną'.

    Verbs referencing "kruipen"

    English creep, Swedish krypa, Icelandic krjúpa, Afrikaans kruip, Danish krybe, Low Saxon krupen, Low Saxon krepen.

    Additional Information