haasten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of haasten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: haasten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: haastend
Past participle - Verleden deelwoord: gehaast

Cognates

See the 4 cognates of haasten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhaast
jijhaast
hijhaast
wijhaasten
julliehaasten
zijhaasten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehaast
jijhebt gehaast
hijheeft gehaast
wijhebben gehaast
julliehebben gehaast
zijhebben gehaast

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhaastte
jijhaastte
hijhaastte
wijhaastten
julliehaastten
zijhaastten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehaast
jijhad gehaast
hijhad gehaast
wijhadden gehaast
julliehadden gehaast
zijhadden gehaast

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal haasten
jijzult haasten
hijzal haasten
wijzullen haasten
julliezullen haasten
zijzullen haasten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehaast hebben
jijzult gehaast hebben
hijzal gehaast hebben
wijzullen gehaast hebben
julliezullen gehaast hebben
zijzullen gehaast hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou haasten
jijzou haasten
hijzou haasten
wijzouden haasten
julliezouden haasten
zijzouden haasten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehaast hebben
jijzou gehaast hebben
hijzou gehaast hebben
wijzouden gehaast hebben
julliezouden gehaast hebben
zijzouden gehaast hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhaast

Verbs similar to 'haasten'

barsten, haten, hoesten, kaarten, kwasten, lasten, masten, tasten, vasten, aaien,

Translations

  • accelerate, to hasten
  • hasten, to move in a quick fashion
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    opschieten
    reppen, snellen, spoeden
    opjutten
    opzwepen

    Sample Sentences

    • [...] riep ons van daar, anders hadden wij zeker, gelijk Vrijdag begeerde, dien monsterachtigen beer de huid afgestroopt, die het wel waard was, doch wij hadden nog drie mijlen af te leggen en onze gids haastte ons; dus lieten wij hem liggen en vervolgden onze reis. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch haesten. By surface analysis, haast + -en.

    Verbs referencing "haasten"

    English haste.

    Additional Information