afraden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afraden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afraden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afradend
Past participle - Verleden deelwoord: afgeraden

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikraad af
jijraadt af
hijraadt af
wijraden af
jullieraden af
zijraden af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgeraden
jijhebt afgeraden
hijheeft afgeraden
wijhebben afgeraden
julliehebben afgeraden
zijhebben afgeraden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikried af; raadde af
jijried af; raadde af
hijried af; raadde af
wijrieden af; raadden af
jullierieden af; raadden af
zijrieden af; raadden af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgeraden
jijhad afgeraden
hijhad afgeraden
wijhadden afgeraden
julliehadden afgeraden
zijhadden afgeraden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afraden
jijzult afraden
hijzal afraden
wijzullen afraden
julliezullen afraden
zijzullen afraden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgeraden hebben
jijzult afgeraden hebben
hijzal afgeraden hebben
wijzullen afgeraden hebben
julliezullen afgeraden hebben
zijzullen afgeraden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afraden
jijzou afraden
hijzou afraden
wijzouden afraden
julliezouden afraden
zijzouden afraden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgeraden hebben
jijzou afgeraden hebben
hijzou afgeraden hebben
wijzouden afgeraden hebben
julliezouden afgeraden hebben
zijzouden afgeraden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijraad af

Verbs conjugated like 'afraden'

aanraden, afraden, bevoorraden, ontraden, raden, verraden,

Translations

  • proscribe, denounce
  • dissuade, convince not to try or do
  • disrecommend, to recommend the opposite or negation of
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] Hij had mij tot een regtsgeleerde bestemd, maar ik dacht alleen aan ter zee te varen; en deze neiging maakte mij zoo doof voor de wenschen, zelfs voor de bevelen mijns vaders, en al het smeeken en afraden mijner moeder en mijner bloedverwanten, dat het scheen alsof hierin een zeker noodlot lag, dat mij aandreef tot het rampzalige leven, dat ik sedert geleid heb. (Robinson Crusoe)
    • Maar ik, die altijd geneigd was mij zelven te verderven, kon evenmin dit aanbod weêrstaan, als mijn eerste verlangen om in de wereld rond te zwerven, hetgeen mijn vader mij zoo welmeenend afgeraden had. Ik zeide hun, dat ik gaarne vertrekken wilde, als zij mij beloofden in mijne afwezigheid het opzigt over mijne plantaadje te houden, en ingeval mij een ongeluk overkwam, daarmede te handelen, [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From af + raden.

    Additional Information